Het is nog donker en mistig buiten. In mijn straat zit een schooltje waar de kinderen op gammele fietsen en op kleine electrische scootertjes worden gebracht. Zodra we een uurtje uit de stad zijn leef ik op, mijn bloed gaat sneller stromen, we zijn in de bergen. De bomen laten al hun oranje rode en gele herfstkleuren zien. Het zijn geen grote bergen, maar kleine en hoewel Nederland vlak is doet het me even denken aan thuis.
The Great Wall is een beest om te beklimmen maar een paradepaardje om op te zitten. Het uitzicht is fantastisch en The Wall reikt zover als het oog kan zien. Samen met een Deense hike ik van gerestaureerd naar vervallen muur. Het is niet voor te stellen dat dit door mensen handen is gemaakt met voor vele de dood tot gevolg. Te laat komen we aan voor de lunch, maar kunnen nog net een stokje meeprikken, van de met eten uit geserveerde draaiende carrousel op tafel.
We spreken savonds af op The Night Market, maar met 5 metro uitgangen en 35000 Chinezen om ons heen had het trefpunt iets specifieker moeten zijn. Diezelfde 35000 Chinezen lopen ook op de markt, snaaiend, graaiend, smakkend, spugend, blèrend, en met daarbij de levende schorpioenen op een stokje maken dat ik hier weer heel snel weg wil. Ik wandel nog wat rond, Chinezen staren me aan, soms zo lang dat ik maar terug zwaai, er worden spelletjes gespeeld op straat en overal staat bewaking. Bij elke metro rit worden mijn tas en ik gescheiden om ieder door een scanapparaat te gaan, ik vraag me af of ik inmiddels radio actief ben. De kleinste kinderen hebben een broek met een gat erin, ze kunnen het zo laten lopen, scheelt een hoop (in de) pampers. In de metro terug naar huis help ik nog een paar andere toeristen, ik begin al bij de semi locals te horen 😉
The forbidden city: Hall of Supreme Harmony, The Gate of Havenly Peace, Imperial Peace Hall, Palace of Heavenly Purity, het klinkt allemaal mooi en dat is het ook, maar het is vooral heel veel en groot, en dat is nog niet alles. Via een enorm park aan het eind van de verboden stad kom ik via nog een groter park op het enorme plein Tian`anmen square terecht. De mainroad van 12 banen breed plus stoep van 15 meter steek je ondergronds over, waardoor je nog wel eens om moet lopen. En na 5 uur door het gebied van de keizer te hebben gewandeld vind ik dat hij wel wat minder hebberig had kunnen zijn. Op het square strijk ik neer met mijn lonely planet. Verdiept in mijn boek heb ik niet in de gaten dat een paar Chinezen over mijn schouder mee staan te kijken en een paar andere een foto maken. Een oma legt de arm van haar kleinkind om mijn nek, en flits nog een foto. Blijkbaar ben ik ook een attractie, misschien moet ik volgende keer een pet meenemen.
In de verte hoor ik het bonzen op een zware trom en het gezang/gehum van zware mannenstemmen, het klinkt angstaanjagend net als in de films van Indiana Jones als ze van plan zijn om iemands hart uit zijn lijf te trekken. Nieuwsgierigheid wint en ik tref een prachtige in groen, blauw en goud gehulde Lama Temple vol met biddende en muziek makende monniken aan. Het staat er blauw van de wierook en bezoekers vallen op hun knieën en bidden met hun ogen stijf dicht geknepen in de hoop dat de wens echt uitkomt. Ook ik val op mijn knieën om de immens grote Boedah, ze heeft het Guinees boek of records gehaald, omdat ze uit 1 stuk hout is gesneden, op de foto te krijgen.
Met volle bepacking pers ik mezelf de metro’s van Beijing in voor mijn laatste uurtjes hier. Het is warm en met zoveel Chinezen tegen me aan en al mijn spullen is het alsof ik 3 winterjassen aan heb. Bij het ernorme railway station van Beijing vind ik, na 4 keer in het verkeerde poortje te hebben gestaan, de wachtkamer van mijn trein. In de trein vliegt de tijd, ik zit al 3,5,uur in mijn Lonely Planet te lezen over de te nemen route voor de komende weken en hoe ik dat voor elkaar ga krijgen. Voor het laatste stukje deel ik een taxi met andere reizigers tot de eindbestemming, dus geen spannende verhalen deze keer gelukkig 😉 Het is avond en ik loop door de stadsmuren van Pingyao. Het ruikt naar oude houten huisjes en wierook. Overal hangen lampionnen en de huisjes zijn versierd met schilderingen en houtsnijwerk. De toegangspoorten zijn verlicht en er klinkt muziek, het doet erg sfeerevol aan. Mijn hostel is ook in een houten huis en ik slaap op zolder met nog 3 anderen. De bedden zijn een soort houten salontafel met een matras zo dik als een tuinstoelkussen erop en het kussen is een zak met ongekookte rijst ofzoiets.
Opzoek naar treinkaartjes buiten de stadsmuren van pingyao is een stuk minder sfeervol. Er ligt heel veel troep op straat, rioolluchten, zwerf honden en katten en uiteraard nog meer spugende Chinezen, ik kan er nog niet aan wennen. Maar met treinkaartje weer terug kom ik in de binnentuin van mijn hostel wel heel bekende kleding tegen. Ah, mijn kleren die ik gebracht heb naar The Laundry Service hangen lekker in de wierook te drogen. Mijn zoldergenoten zijn 2 Frans sprekende Belgen. Simon regelt een app op mijn tablet om op facebook te kunnen. Mijn dag is weer goed 🙂

Advertenties