Ik neem plaats in de tandartsstoel. Dat is de beste beschrijving, maar de associatie is minder prettig natuurlijk. Ik krijg een flesje water en een dekentje voor de nacht. Naast mij een starende man en verder nog 4 drukte makende Amerikaanse vrouwen die persee voor in de bus willen zitten of bij een raam anders worden ze wagenziek. Wat een aanstellerij, precies zoals op TV in van die slechte reality programma’s: `Oh My God, I`m so gonna die out here`. Ik moet er wel om lachen, zeker als ze erachter komen dat de beloofde wifi ook niet werkt.

Als ik wakker wordt staat de bus stil, ik schrik even, of we zijn er al of we hebben pauze. Ik heb geen idee, maar doe mijn mond weer open in de stoel en zak weg. Uit de bus wordt ik direct aan gevallen door hordes villagewomens. Of ik iets van ze wil kopen, of ik in hun dorp wil slapen, of ik een trekking met ze wil doen… Ik hou niet zo van deze aandacht en ga eerst mijn hostel opzoeken. De dames lopen gezellig met mij mee, fijn. Als ik later weer uit mijn hostel kom wordt ik weer opgewacht. Het zijn wel volhouders. Ik vlucht weer naar binnen waar ik 3 Nederlandse meiden hoor kletsen. Wat gezellig, ik heb al 3 weken geen Nederlands meer gesproken en het is grappig dat ik even 10 seconde nodig heb om van engels naar nederlands om te schakelen. We gaan op trekking, naar een village en daar ook slapen. De opdringerige vrouwen lopen ook mee maar zijn nu erg behulpzaam bij het wandelen door de modderpoelen. Het lijkt wel een ijsbaan en ik lig al 3 keer in de spagaat, de 4 e keer 2 handen en een knie in de dikke zachte bruine modder. Een dikke ossendrol zie ik voor een steen aan waar ik vol in ga staan, met mijn baggerhand strijk ik door mijn haar, wat een heerlijk lekker geklieder tussen de rijstvelden. We slapen bij de locals, krijgen heerlijk eten en we drinken rijstwijn. Om 22.00 uur gaat iedereen plat, maar voor de Hollandse meiden begint de avond dan pas. De rijstwijn werkt goed op onze lachspieren en we spelen ` wie ben ik` met een vloeipapiertje op ons hoofd. Het begint met beroemdheden als Nelson Mandela en Jim Carey maar we eindigen met een dixi, spiraaltje en een borstimplantaat.

Zoals het hoort zijn wij ` s ochtends ook weer als eerste klaar voor de tweede dag door de rijstvelden. Het is vannacht droog gebleven dus het pad is veel beter begaanbaar. Het is wederom prachtig en ontzettend gezellig met de meiden. Jessie helpt mij over de drempel om ook op pad te gaan met de motor. Het lijkt me zo gaaf, maar ik twijfel, omdat ik het spannend vind. Ik heb nog zo weinig ervaring, kan ik dat wel? Ik volg mijn hart, want dat klopt! en daar staan we dan in Hanoi voor de eerste testrit. Jessie mag het eerste rondje van mij rijden, daarna probeer ik een stukje. Een testritje door de drukke straten van Hanoi is gelijk een flinke uitdaging, maar het gaat verrassend goed. We hebben nog 2 jonge Duitsers bij ons die ook graag gebruik willen maken van de ervaring van Jessie. Een heel rit(s)je motoren en een halve dag verder heeft iedereen de motor die hij wil. Nog een helmpie, slotje, rekje en we kunnen vertrekken.

De laatste dag in Sapa ben ik alleen, de rest is terug naar Hanoi en mijn tandarts stoel wacht vannacht weer op me. Het is ontzettend mistig en de stroom is uitgevallen, dat maakt het best spannend op straat, maar ook heel gezellig omdat overal de kaarsjes worden aangestoken.

Midden in de nacht worden we uit de nachtbus de donkere straten van Hanoi in gegooid. Samen met de 2 jonge Duitsers wachten we op een bankje langs het meer tot de zon op komt. Een vrouw met een schaal broodjes gaat koffie halen, terwijl ik op haar waren moet letten; een grote schaal met broodjes en la vach qui ri. Ik begin al bijna aan een broodje als ze weer terug komt met een veel te zoet en met condensmelk aangelengd bakkie slappe koffie.

Met `zin in motorrijden` zenuwen wordt ik wakker, maar ik ben ook een beetje trillerig alsof ik teveel gedronken heb, terwijl ik gister maar 1 Hanoi beer op heb. Het is druk en chaotisch door de straten, maar als je jezelf een onderdeel van de chaos maakt gaat het eigenlijk prima. Geef vooral mensen geen voorrang, rij door rood en tegen het verkeer in. Doe je dit niet dan val je buiten de chaos en dan begrijpt niemand wat je doet. Stoppen voor een zebrapad is levens gevaarlijk en rechts inhalen is een stuk veiliger. Het is heerlijk, het is vrij en ik voel me zo mega tof en op avontuur. Met wat bandenpech voor Jessie komen we toch een heel eind bij een klein plaatsje langs de kust waar ze toeristen niet gewend zijn en zeker niet 2 vrouwen op een motor. De familie, buren en de rest van de straat komt erbij en we moeten op de foto met gillende Vietnamese tieners. Ze wijzen ons de weg naar de Backery: een stalletje op straat met onderin een pannetje waar een ei in gebakken wordt dat op een broodje wordt gedopeneerd. De familie bekijkt nauwkeurig hoe wij elke hap verwerken en lachen en praten over ons. Wij ook over hun natuurlijk, want waarom zit moeders in haar Pyama op straat en heeft vader zijn shirt omhoog gerold, zodat zijn grote blote buik te zien is? En die bruine tanden dan of die enorme haren uit die pukkel op zijn kin.

Onze stalen rossen staan alweer vol verwachting te pruttelen en we beklimmen ze vol trots, uitgezwaaid door de buurt en toeterend gaan we verder door de kleine dorpjes. Het zwaaien blijft en lachen en roepen, Sinterklaas op zijn schimmelros is er niks bij. Het is mooi hier, maar ook hobbelig met kuilen, stenen en koeien op de weg. De hoofdweg is eigenlijk best goed, soms ineens een nieuw plak asfaslt en gefreesd ( in alle opzichten) wegdek. We rijden ook ` s avonds nog een paar uur door. Het is pikkedonker en we rijden dwars door de bergen. Vrachtwagens verblinden je en honden slapen op de weg. Als we nu pech krijgen… Als iemand ons iets aan wilt doen… Ik stop mijn vlecht in mijn jas, zodat je minder goed ziet dat ik een vrouw ben, gewoon voor het idee en ik probeer ramp gedachtes weg te wuiven. We stoppen even waar mannen de wedstrijd Laos-Vietnam aan het kijken zijn en we krijgen gratis een potje thee. We rijden onder een hemel vol sterren en je kunt ruiken dat we door het national park rijden dat we wilde bereiken, nu nog een dorpje vinden om te slapen. Dat duurt nog een uurtje langer dan gepland, maar we hebben het gehaald en we zitten middenin een prachtig natuurgebied, zien we de volgende dag bij het openen van de gordijnen.

Het is glad, het is lekker, het is zacht, het is donker, het is hilarisch: we liggen na een glibberige wandeling door The Dark Cave in een modderbad. De 4 Hollandse meiden uit Sapa zijn weer herenigd en we zijn samen op onze motoren dwars door het Phong Na Kebang Park naar de grot gereden. Het is een speelparadijs met ziplines, zwemmen in het prachtige blauwe water en kliederen in de modder. Aangetast door het vrije gevoel op de motor achterop besluiten Margot en Lindsay ook een motor te kopen en zo gaat the Dutch Ladies Journey verder met 4 door Vietnam. Wat een vrijheid, wat een avontuur om op deze manier te reizen. Live to ride, ride to live ( Harley Davidson)

Advertenties