De plassen op de weg slaan tegen mijn benen, de dikke druppels schieten zichzelf in mijn gezicht en de donkere wolken spreken boekdelen. De wegen zijn rivieren geworden en de bomen hangen krom van het water. De vrachtwagens smijten nog wat extra emmers water tegen ons aan en als ik denk dat het echt niet harder kan regenen dan dit, gooit de hemel er nog een schepje bovenop. We zijn in een tropische storm belandt die ons met lichte buien heeft gewaarschuwd, maar eigenwijs als we zijn proberen we deze natuurkracht toch te trotseren. Hier zijn de Vietnamese motoren niet tegen opgewassen en de 1 na de ander begeeft het. Mijn motor laat de benzine er aan de onderkant weer uit lopen; een kapotte carburateur, voor de anderen een kapotte uitlaat, lekke band of helemaal niet meer te starten. Inmiddels is het donker geworden en het weer blijft vreselijk dus na 8 uur onderweg te zijn en slechts 85 km verder zoeken we een hotel in een stadje. Een warme douche, een kopje thee en een noodlesoupje hebben nog niet zo fijn gevoeld. De ochtend is nog grauw, maar het is wel droog. Vol goede moed heisen we onszelf weer in de ponchos voor het laatste stukje naar Hoi-An. De route is prachtig langs de kust, door bergen met haarspeldbochten en helder groene bomen en struiken. De zee is woest met schuimkoppen en bovenin rijden we de dikke mist en regen in. Met afdalen wordt het ook weer warmer en zelfs de zon laat zich even zien.
Met alle motorpech nog in mijn achterhoofd is er tijdens het genieten ook nog wat vrees voor meer pech, alhoewel we de laatste dagen al enorm inventief zijn geweest. Zo heeft Jessie mij op de motor gesleept. Dit hebben de Vietnamezen nog nooit gezien en in de drukke stad moeten we oppassen dat ze niet door ons gefabriceerde sleepkoort van slechts 1 meter rijden of sterker nog, tussen ons invoegen. Ook hebben we de uitlaat van Jessie met een ijzerdraad vast gemaakt en mijn rem die niet remde weer laten remmen.
De blanke toeristen op fietsen doen ons vermoeden dat we er zijn: Hoi An, een lief knus, gezellig stadje langs de rivier. Het is rustig, relaxed en voor het eerst neem ik de tijd om wat spulletjes te kopen: een toepasselijk t-shirt vanwege het motorrijden, een broek, armbandje en een kaart voor oma. Ook genieten we van de plaatselijke specialiteiten en de 3 for 2 cocktail actie. De serveerster is nogal handtastelijk en gecharmeerd van mijn Hollands welvaren en grijpt elke kans aan om even te voelen. Ik zing en dans voor het bananenvrouwtje het bananen in pyama`s liedje, maar ook dan krijg ik een pets op mijn kont. Gered door de regen kan ik mezelf weer veilig in mijn poncho verbergen. De moeson is hier de hele dag bakken met water uit de hemel aan het gooien dus we gaan voor een kookcursus onder een afdak. We maken fresh springrolls, salade, Vietnamese pancakes en natuurlijk het beroemde noodlegerecht in Vietnam: Pho. We bewaren de recepten voor als we terug zijn in Nederland.

Met 4 vrouwen, 4 motoren, 4 tassen en 4 potjes lef ging onze reis verder vanuit Dong Hoi. We zijn een gevaar op de weg, want de rest van het verkeer wordt ontzettend afgeleid door onze verschijning, maar we krijgen vooral veel respect, bravos, lachende mensen, duimen en goedkeurende knikjes. Ze vinden ons maar wat stoer en dat vinden wij zelf eigenlijk ook. De rit verloopt voorspoedig en ruim voor het donker zijn we 180 km verderop in Hue. Sightseeing en een bezoek aan de tombes van verschillende keizers doen we natuurlijk met eigen vervoer. Het is heerlijk om zo vrij te zijn en niet afhankelijk van bustourtjes en vaststaande tijden en maaltijden.

Het is ons gelukt om weg te vluchten voor de regen en we rijden op de beroemde Ho Chi Minh Trail. Een weg die in de oorlog veel is gebruikt om van Saigon naar het Noorden te reizen of om naar de grens met Laos en Cambodja te gaan. De route is prachtig langs watervallen, groen, bomen, koeien, een klein regenbuitje, prachtige luchten, kleine dorpjes en kinderen langs de weg. Het is warm, maar het kippenvel staat op mijn armen, ik voel tranen prikken achter mijn ogen en ik kan een gelukskreet niet langer onderdrukken. De weg gaat op en neer met veel bochten waardoor het motorrijden zelf ook nog eens een extra kick geeft. Alle elementen van genieten en vrijheid komen hier samen. Onderweg kopen we mandarijntjes, we beelden het uit als we moeten plassen en lopen mee naar de keuken om iets eetbaars aan te wijzen voor de lunch. Sommige huizen hebben de wc, woonkamer en slaapkamer in 1 hok, bij andere zijn de vertrekken weer wat luxer, maar ik heb ook al boven een gat ergens achterin de tuin gehangen. De mensen zijn behulpzaam en nieuwsgierig, maar willen ook graag geld aan je verdienen, dat mag, zolang het maar eerlijk gaat en dat gebeurd ook, denken wij 😉 Ik schrik wakker uit mijn gedachtes als ik bijna een puppy omver rij die plots de weg oversteekt, het blijft ook opletten. Zeker na de verhalen die ik over motorrijden in Vietnam heb gelezen. Als je een ongeluk veroorzaakt draai je regelrecht de gevangenis in en Nederland heeft geen uitleveringsverdrag met Vietnam. Dat zijn dingen die je liever niet wilt weten en zeker niet wil dat ze gebeuren. Avontuur gaat nu eenmaal niet zonder risico, maar daar proberen we niet te lang bij stil te staan.

`Off the beaten track`, iedereen zegt dit graag te willen, omdat het heel cool en interessant is, maar veel makkelijker is om de gebaande paden af te gaan, waar ook vaak de mooiste dingen te zien zijn, de leukste hostels en veel medereizigers. Ook ik heb mij schuldig gemaakt aan de toeristische paden, terwijl ik ook de coole off the beaten track toerist wilde zijn, maar sinds ik op de motor ben gestapt en zeker na vandaag kan ik met recht zeggen dat ik ` Off the Beaten track ` ben geweest. De weg is veranderd in een grindpad met enorme stenen, keien, modder, gaten en hobbels. Omhoog kan alleen in zijn eerste versnelling en er is al een paar uur niemand te bekennen, op een verdwaalde Vietnamees na, die eerst verbaasd en vervolgens lachend om kijkt. We doen de hele dag over 150 kilometer, maar wat een super toffe route met prachtig weer. Het vergt veel energie en concentratie om alles te ontwijken en de beste weg tussen de stenen en kuilen door te vinden. Terug in de bewoonde wereld stoppen we bij een hotel. De kamer is niet erg duur, maar ook niet erg fris. Als we vragen om schone dekens begint de eigenaresse te zuchten en steunen. Als we dan ook nog vragen of de stront van de wc gehaald kan worden begint ze te schreeuwen in het Vietnamees. Alles goed en wel, we zijn niet veeleisend, maar een beetje gastvrijheid mag wel. We pakken onze spullen weer op en vinden gelukkig een hotel met fris bed, warme douche en lieve gastvrije mensen. Op straat is het vechten wie de Hollandse dames in hun eettentje krijgt. Niet erg ingesteld op toeristen hier proberen we weer met handen en voeten uit te leggen wat we willen eten. Een kip nadoen is inmiddels een eitje, maar een komkommer wordt al wat lastiger. Het is grappig en steeds weer een verassing wat er op tafel komt.

We gaan met 3 verder naar nog meer mooie wegen, spannende routes, toeterende vrachtauto’s , kindjes die Hello roepen en naar meer mooi weer. The riders gaan verder, maar de storm laten we als het goed is links liggen.