Er steken mensenbotten uit de grond. Ik kijk nog een keer goed, hurk neer en veeg het zand weg. Het is serieus een bot, een bot met daarnaast een verweerd kledingstuk, ook half uit de grond. Een kaak met 3 tanden ligt voor mijn voeten. De kaak van een vermoorde man of vrouw na eerst op gruwelijke wijze gedeporteert, gemarteld of verkracht te zijn. Het is vreselijk bizar hier op The Killing Fields en we proberen niet op de bewijsstukken van deze afslachting te staan die hier overal verspreid liggen. Vele lichamen of onderdelen daarvan zijn al geborgen, maar er zijn zoveel mensen hier vermoord dat ze elke 3 maanden de botten die door regen of verschuiving aan de oppervlakte zijn gekomen weer verzamelen. Bezoekers helpen mee en ook wij leggen een tand bij de andere gevonden botten. De audiogids leidt ons naar een prachtige grote boom. Deze stille getuige bloeit in pracht en laat niet merken dat hij duizenden kinderhoofdjes tegen zijn stam gesmeten gekregen heeft en zwijgt ook over het massagraf naast hem waar ze vervolgens in gegooid werden. Hard komt het dan ook binnen om de verhalen van de weinige overlevenden te horen en te bedenken dat alle mensen in Cambodja wel famieleden of vrienden hebben verloren tijdens deze oorlog. We zijn er stil van als we terug fietsen naar de stad. Ik kijk naar de lieve, vrolijke Cambodjanen. Wat een krachtige mensen om zo positief te leven, terwijl ze zoveel leed en verdriet kennen. Mijn innige respect en bewondering voor deze bevolking.

1543476
We nemen afscheid. Jessie en ik. Na een geweldige fantastische 5 weken met elkaar gaan we nu weer onze eigen weg. De laatste dagen hebben we veel gefietst in Siem reap, gelachen om de she-males in Phnom Penn en heerlijk gegeten en geproost aan het water. Wat een avontuur en wat een vriendschap kun je opbouwen in zo`n korte tijd. We meet again, in Groningen, om mijn spullen op te halen die we samen verstuurd hebben, wat 2 tot 4 maanden duurt over zee, maar vooral om samen een mooi motortourtje te maken.

Omdat ik het zo goedkoop mogelijk wilde, moet ik eerst via Kuala Lumpur naar Singapore reizen. Ik had al spijt dat ik, die altijd bezuinig, mezelf niet iets meer gemak en rust had gegund. Aan de andere kant hoort het ook een beetje bij het backpacken en is het een uitdagende sport om alles zo goedkoop mogelijk te doen. Goed voorbereid begint mijn reis met de tuktuk naar het vliegveld, very expensive vanwege kerst. Viert u kerst dan, meneer de tuktuk driver? Nee, dat niet. Waarom is het dan duurder? Jaaaa very very many sleep, looooong work gussjj gesjj. Nevermind, breng me maar naar het vliegveld, ik heb en hou toch een hekel aan taxi drivers en gebruik ze alleen als er niks anders op zit. Zoals nu, als je om 6 uur `s ochtends naar het vliegveld van Phnom Phen ( Cambodja) wilt. Het vliegveld is een miniatuurtje dus de juiste gate is na 10 vingerafdrukken en een oprotstempel in mijn paspoort snel gevonden. Kuala Lumpur airport is een stuk groter, maar op mijn voorbereidings briefje staat waar ik de bus moet vinden, bovendien staat het ook goed aangeven. Links rijden, klok uurtje verder en overal hoofddoeken. Het lijkt wel of ik in het Midden- Oosten ben beland. Ik heb tijd over dus eet bij het Indische schep zelf maar op wat je wilt restaurant en ik naai ondertussen het Cambodja vlaggetje op mijn tas. Het begint nu echt wat te lijken met een aantal landen erop én met wat hangertjes, motorolie en vlekken wordt het al een waardige backpackers tas. Ik pin wat Ringits, wauw, wat een gezellige kleurtjes. De euro is erg makkelijk, maar ik mis wel de charme en het vakantiegevoel van elk land zijn eigen munt. Nu heb ik dat elke 3 weken en sta ik de pinautomaat weer op te houden, omdat ik uitgebreid mijn buit sta te bekijken. Bus gehad, nog een bus, immigratie Maleisië door, immigratie Singapore, metro, stukkie lopen en om 22.30 sta ik voor het hostel in Singapore. Perfect, daar maak ik me al een week druk om.

2e kerstdag is Wasdag. Er mag geen één zandkorrel mee naar Australië en aan mijn gympen hangt nog steeds de bagger van Noord Vietnam. Mijn tas schud ik leeg en mijn slippers mogen mee onder de douche. Ook mezelf was ik iets grondiger en ik begin vast met het verzamelen van zenuwen. Australië… Altijd riep ik dat ik daar naar toe wilde ( wie niet ;-)) en nu ga ik gewoon. Ik kan het haast niet geloven. Het is wel een stuk duurder dan Azie dus ik wil creatief reizen: met mensen mee rijden, misschien zelf een auto kopen, bij locals slapen. Bovendien komt dat de fun- en adventurefactor weer ten goede. We gaan het allemaal zien, ik laat het afhangen van de kansen en mogelijkheden die op mijn pad komen. In ieder geval is mijn eerste slaapplek in Sydney bij locals Harrison en Chez vast geregeld. Met een grote glimlach loop ik door de straten van Singapore richting het vliegveld. Ik heb de neiging om het uit te schreeuwen: Ik Ga Naar Australië! Hoort iedereen mij? Ik ga Gewoon Naar Australië!! Ik doe het niet. Je belandt zo in de bak in het strenge Singapore. Het land waar veel verschillende Aziaten wonen, maar vooral veel Indiërs. Ik eet in een restaurant waar alleen maar mannen zitten. Het eten is verrukkelijk, Dosai, een soort grote dunne pannenkoek die je in verschillende sausjes doopt. Voor het eten zou ik zo naar India gaan, voor de mensen niet, want ik voel me niet zo op mijn plek tussen alle starende en pratende mannen. Ik krijg bestek aangereikt, maar aangezien iedereen hier met zijn handen eet besluit ik om lekker mee te doen. Het valt me op dat ze alleen met hun rechterhand eten. Een beetje rijst in het sausje kneden en dan naar de mond brengen. Ik heb wel eens gelezen dat je in sommige landen alleen met je rechterhand mag eten, omdat je met de andere je achterste afveegt. Aangezien ik alles met rechts doe, zou ik in lijn van deze gedachte beter met links kunnen eten, maar ik volg het voorbeeld van de Indiërs.

Ik vlieg, boven de wolken en in gedachte. Wat staat me te wachten. Naar China vond ik `eng- spannend`, nu heb ik `zin-in spanning`. De vlucht is gemakkelijk en ik zit naast Australische vader en zoon. Ze kennen Sydney en ik vraag maar even de handigste weg naar de wijk waar ik moet zijn. Well, we can give you a lift…. Woow awesome, thanks! Mom`s komt ons halen en staat erop dat ik ook wat van haar met zalm en kip belegde sandwiches neem. Wat een lieve gastvrije mensen, net als Harrison en Chez, waar ik ook bij de zelfgemaakte spaghetti kan aanschuiven en mag blijven slapen.

Op de mountainbike door het heuvelachtige Sydney. De auto’s rijden links en als ik door de raampjes kijk lijkt het net of niemand de auto bestuurd, omdat ze aan de andere kant zitten. Gelukkig zit het stuur van mijn fiets wel aan dezelfde kant. Een helm is verplicht en die heb ik ook wel nodig, want ik fiets op een stuk waar alleen auto’s mogen komen. Het is niet zo heel duidelijk. Soms moet je op de stoep fietsen en soms op de autoweg. Het is wennen en anders om van Azië in Australië te springen. Ik versta iedereen en ze hebben dezelfde kleur als ik. Het voelt Europees. Mensen zijn aan het werk, verplaatsen zich van A naar B of laten de hond uit. Misschien mis ik wel het Aziatische gestaar en de vriendelijk verbaasde glimlachende gezichten. Daar was ik heel bijzonder en nu ben ik weer één van velen, alhoewel ik me wel heel speciaal voel om zo rond te fietsen in Sydney. We halen burgers en daar horen plakken rode biet tussen. De burger meneer geeft me gratis een viscake, omdat ik uit Nederland kom, ben ik dus toch best wel bijzonder. We gaan naar het populaire Bondi beach waar ik probeer mijn bouwvakkers kostuum bij te kleuren. Dat lukt, al gaat het iets te hard hier down under vlakbij het ozongat.

Australië is nu al heel bijzonder, het is een beetje thuiskomen in een Westerse wereld. Ik kijk uit naar oud en nieuw, dat ik met de Ozzy`s ga vieren. Barbecuen in het park, kijken naar het vuurwerk en ik denk dat ik dit jaar maar weer eens een nieuwjaarsduik neem. Met deze temperaturen durf ik dat wel aan.

Advertenties