Get off the road, quick! Ik hoor het gegil, de bomen worden zwaarder en de zon verdwijnt achter de takken die gevuld zijn met dikke groene bladeren. De zo zonnige dag is binnen enkele seconde omgezwaaid in een donkere angstaanjagende schaduw. De wind steekt op, de sfeer wordt grimmig en ik voel dat hij gelijk heeft. Ik sta op de weg net buiten The Shire, waar Frodo en de hobbits zich verschuilen voor de zwarte rijder. Er is verder niemand op Mount Victoria, zoals de locatie in het echt heet, dus ik kan me in gedachte helemaal in de film wanen. Ik dool nog wat rond door de heerlijk geurende bossen voordat ik terug keer naar het hostel in Wellington om mijn spullen te pakken.
Het liefst zou ik Nieuw Zeeland met een campertje en een paar fietsen achterop ontdekken. Voor nu is de meest avontuurlijke, goedkope en tevens ook spannendste oplossing liften. Op de kaart heb ik het Katoke Park gevonden en dat bereik ik met 5 verschillende liften. Het park ligt een paar kilometer van de weg, midden in de velden, aan een stromende rivier. De campeervlakte is alleen voorzien van een toilet. Geen douche of andere facaliteiten. Mijn tas, die loeizwaar is vanwege het blikvoer en water dat ik bij me heb drop ik uiteindelijk op een mooi groen plekje en ik schakel mijn telefoon uit. Op naar de elfen in Rivendel! Die blijken al gevlogen en er is niet veel meer over dan een paar verlaten bomen en struiken. Desalnietemin (geinig woord is dat) ben ik in het elfenland geweest en wie weet heb ik nog wel wast restjes gelukspoeder mee kunnen pakken.

1595055
Op de kaart leek het een normale weg, maar het is een b-weg tussen de heuvels door met nauwelijks verkeer. Ik loop al een paar kilometer en er is nog geen auto voor bij gekomen. Het volgende dorp waar ik heen wil is 32 km verderop. Het is erg warm en ik voel me echt een beetje alleen op de wereld, maar toch ook heel avontuurlijk, al moet het niet te lang duren. Ik bedenk me dat ik vannacht mijn tentje ergens in de berm parkeer en water kan drinken uit de rivier. Ik fantaseer over een waargebeurd verhaal dat over mij gemaakt zal worden als ik op spectaculaire wijze om het leven kom, net als in de film Into the Wild, maar het meest spectaculair voor nu is dat er eindelijk een auto komt die me 5 km verder brengt. Goed we zijn weer wat opgeschoten en ik kan terug in mijn gedachtes zinken. Niet al te lang, want daar is Hazel. Ze stopt, stapt uit de auto en komt op me af. `Mijn schoonzoon heeft je net een lift gegeven, maar dit is een waardeloze weg om te liften. Ik stel voor dat je met mij mee naar huis komt, dan blijf je slapen en morgenochtend gaan de jongens vissen in Waikenie en kun je met ze meerijden`. Ik ben verbaasd, perflex, moet opassen dat ik niet ga huilen en neem dolgelukkig het aanbod aan.
De familie Metcalf woont met hun 3 volwassen dochters op hetzelfde terrein. Twee in een eigen huis met hun man en kinderen en eentje nog thuis. Het gebied rond hun huis is enorm met een rivier in de achtertuin en groene heuvelachtige velden met bomen als uitzicht. Ik krijg een rondleiding door de velden en neem samen met Courtney de jongste dochter en haar neefje en nichtje een duik in de ijskoude rivier. Met Stew, die mij de lift had gegeven en een vriend drink ik een biertje en Hazel maakt alvast mijn kingsize bed met frisse lakens op. Verontschuldigend geef ik aan ook best in mijn tent te willen slapen, maar gelukkig wordt dat aanbod in de wind geslagen. De tafel wordt gedekt en gevuld met kip, zelfgeschoten hert (door Stew), salade, maïskolven, aardappels, sausjes, jus de orange en kaas. Het is heerlijk allemaal, wat een gast vrijheid en wat een gezelligheid. Na het eten neemt vader Denis, Courtney en mij mee op de quad naar boven over een ruige hobbelige weg. Op de top van de heuvel kun je kilometers kijken en de avondzon kleurt de velden oranje, geel en lichtgroen. Er is te lang al geen regen geweest en dat is te zien. Normaal gesproken zijn de Nieuw Zeelandse zomers te vergelijken met Nederlandse zomers, maar het is nu warmer en droger dan normaal.

Maar niet voor lang.

Ik regen mijn tent uit. Wachten heeft geen zin dus als een razende sleur ik mijn spullen, op het moment dat de druppels elkaar het minst snel lijken op te volgen, mijn tent uit en vouw het boeltje met een paar liter aanhangend water in mijn tas. De dagen waren mooi hier, op een gratis camping, niet meer dan een grasveld zonder voorzieningen dus, maar wel midden in de natuur naast de Huka Falls, een geweldadige waterval zo wit als sneeuw en zo blauw als ijs. Gekke Berrie heeft me tot 3 km voor dit gebied in de stad Taupo gedropt. Daarvoor een ritje met Flora ( ik was haar eerste hitchie) en van beide ook nog een koffie to go gekregen. Ook de plek waar ik Rusty en Caroline heb ontmoet. Een 70+ stel en samen zijn we erop uit gegaan met de camper voor boodschappen en gezelligheid. Met Caroline scheur ik voorbij de melk en de vleeswaren naar de chocolade. `Utsabedeesie, Utsabedesie, wijst ze op de caramel met biscuit en melkchocolade. Caroline heeft 10 jaar geleden een herseninfarct gehad en kan niet goed praten en is eenzijdig verlamd. Ze weet wel wat ze wil, maar kan geen woorden meer maken dus alles is `utsabedesie`. Meestal vrij duidelijk, vooral als het om chocolade gaat. Ze geeft me knalroze oorbellen en een sleutelhanger die ze zelf nog kan maken met 1 hand. Tot haar grote vreugde heb ik de oorbellen gelijk in gedaan, tot mijn grote schrik kom ik daar na een paar dagen weer achter.

Ik wordt uit de regen van de weg gehaald door 2 meiden, een New Zealandse en een dutchie ( zo noemen ze mij hier ook). Wat een toeval en ik rijd met ze mee naar het stinkende Rotorura. Stinkend vanwege de sulfiet en zwavel dampen die hier uit de vulkanische grond komen. Bij het binnen rijden van het dorp zie je ze overal in de berm. Ik wist niet dat je dat hier kon vinden. Ik prik mijn tent deze keer in geciviliseerd grondgebied, doe mijn was, was mezelf en ga op onderzoek uit in het nabijgelegen dorp waar je de thermische velden kunt bezoeken. Een buskaartje naar de toeristische trekpleister kost 45 dollar voor een rtitje van 20 minuten. Dat lijkt me wat veel en ik sta wederom met mijn duimpje in de lucht langs de weg. Het park heeft iets magisch met de rook en geur die erin hangt. Het is raar dat de bodem hier letterlijk staat te koken. Modderpoelen ploppen en springen in de lucht zoals ik mij vroeger verhalen over moddermonsters en reuzen kon voorstellen. Als je daar in valt dan ben je nog niet jarig en hier kom ik erachter dat het geen sprookje was, want onder de modder schuilt een groot gevaar dat elk moment van woede kan uitbarsten. Gelukkig is het meer dan 35 jaar geleden sinds de laatste eruptie en hebben de chemische mineralen alleen maar prachtige gele en rode kleuren in de gesteentes en meren achter gelaten.

Ze eten mensen, kanibalen zijn het! Hugh, 60 jaar, grote snor en verlepte Hells Angel look, die ik tegen kwam bij de Subway en mij een toertje langs de meren van Nieuw Zeeland aanbood heeft geen goed woord over voor de Maori`s, de aboriginals van Nieuw Zeeland. Hier wordt gezegd dat de Maori`s de echte aboriginals hebben verdreven (opgegeten) en Nieuw Zeeland als hun land hebben geclaimd. Naar mijn idee hebben de blanke (Engelsen) dat 300 jaar geleden ook gedaan, welliswaar zonder het eetfestijn erbij, maar toch. Ik ga er maar niet tegen in. Hugh is erg overtuigd en ik heb meer Nieuw Zeelanders gehoord over die bloody Maori`s, die officieel niet meer bestaan, want de laatste 100% volbloed Maori is in 1978 overleden. Ik heb wel wat getatoeëerde afstammelingen gezien en het kannibalen verhaal lijkt wel te kloppen bij de gevaarlijk en agressief ogende tekeningen en beelden.

Het rammelende busje stopt uiteraard. Inmiddels weet ik dat de luxe wagens doorrijden en de oude rammel bakken altijd stoppen voor een lift. Het zijn de sloebers die de sloebers helpen en de rijke die niet zitten te wachten op een stinkerd op de luxe bekleding, wat ik me overigens best kan voorstellen. Ik spring in het krappe busje en zit bijna op schoot bij meneer Maori en metgezel Maori. Ze maken een serie over de Maori`s en zijn benieuwd wat ik eigenlijk weet over hun volk. Ehhh, dat jullie kannibalen zijn? Nee, dat kan ik moeilijk zeggen. Dat jullie zijn uitgestorven? Als ik dat zeg hang ik zeker weten aan het spit vanavond. Ik vraag me af of ik lekker zal smaken. Gemarineerd misschien en ik zou kiezen voor een stuk bovenbeen denk ik. `Ik ben pas een week hier dus ik weet nog niet zoveel, maar ik wil graag meer leren over de Maori`s`, zeg ik op zich gemeend. Het is goed genoeg en ik wordt na een prima gezellig ritje onaangevreten vrijgelaten langs de weg, waar ik het laatste uur met de Ierse Cathy mee rij naar de kust plaats Tauranga. Zij tipt me over Mount Maunganui net even 5 km buiten het centrum. Het is een bergje omringd door strand, rotsen en zee. Op de top is het uitzicht fantastisch en ik beklim haar meerdere malen. Het is genieten hier en dat is te merken aan de prijs van de camping, 27 dollar voor een stukje gras. Voor de 2 volgende nachten vind ik een couchsurfadres, slapen voor niks op de bank van een local. Hier ontmoet ik medereiziger Mark, een Amerikaan, die uiteraard denkt dat The Voice, van bedenker John de Mol, van Amerikaanse makelij is. Met google als troef kan hij niet langer ontkennen dat ik gelijk heb. Ik vergeef zijn Amerikaanse gedrag, want we hebben een heerlijke dag samen. We delen een ijsje, we delen een broodje en lopen op onze blote voetjes over het strand: we doen precies dat waar ik bij anderen wel eens jaloers op kan zijn, als een gesetteld setje lekker kneuterig samen zijn.

Op hoog tempo loop ik door de vulkanische bergen van het Tongariro National Park.
Koud en stijf kroop ik vanmorgen, enigzins teleurgesteld vanwege het weer, uit mijn tent de dikke mist in. Maar terwijl ik langs de weg wacht op het busje dat mij naar het beginpunt zal brengen, komt de zon op en vormt een rijk gekleurde mistboog. Binnen enkele minuten daarna is de mist verdwenen als sneeuw of ja mist dus voor de zon. Ik heb zin in de dag, maar ben licht gespannen hoe het me zal vergaan: 20 kilometer, zo’n 7 uur, door de bergen hiken. Bij de start heb ik mezelf bij een groepje van 6 meiden gevoegd en na de eerste 3 kilometer heb ik al het idee dat het niks gaat worden. We hebben nog niks geklommen, maar ik voel nu al mijn rug en heb het gevoel dat ik bijna moet rennen om de fitte meiden met strakke billen en goed gevormde kuiten bij te houden. Ik bedenk wat mijn vader altijd zegt: wij zijn dieseltjes, die hebben even nodig om op gang te komen, maar als ze eenmaal warm zijn gaan ze uren door. En het blijkt, terwijl de rest inmiddels foetert over hun voeten loop ik inmiddels heel wat kilometers voorop. Gevoed door de enorme vergezichten, de magische vulkaan Mount Doom ( yes, die uit The Lord of the Rings) en de bijna onrealistisch groene en blauwe meren zul je mij niet over mijn voeten horen al beginnen die uiteraard wel wat tegen te sputterren. Na uren komen er weer wat groene plantjes in de bergen en weet ik dat we weer in levend gebied komen. Het is overigens pas 2 jaar geleden sinds de laatste vulkaan uitbarsting en er wordt volop gewaarschuwd. De zwarte vulkanische bergen glooien over in groene grasvelden naar dichtbegroeid geurend regenwoud. Wat een spectaculair einde.

Op de camping biedt Finse Mirva mij een 5 uur durende rit terug richting het Zuiden van het Noord eiland aan waar ik het laatste stukje liftend in het plaatsje Upperhutt kom. Onderweg vervang ik mijn dunne kindermaatje slaapzak voor iets grotere en dikkere slaapzak. De nachten worden steeds frisser en slapen met al mijn kleren, die ik normaal als kussen gebruik en mijn jas aan is niet ideaal.
De super lieve en gastvrije Hazel Metcalf, de moeder van de familie waar ik 2 weken geleden ben haalt mij op uit het dorpje. `Jij neemt eerst een douche, en dan maak ik ondertussen `tea`, wat hier avondeten is, zegt ze na een stevige knuffel. Ik zal wel stinken geef ik verontschuldigd aan en ik voel me ineens best vies. Het valt meer op, dat ik alweer een paar dagen uit een potje douche (deospray), nu ik me weer tussen schone mensen begeef. De douche is een geur en watersensatie en het is een groot geluk dat ik hier een paar nachtjes mag bivakeren om te genieten van de gezelligheid van deze mensen. Mijn slaapplek is wederom een superzacht kingsize bed in een omgebouwde bus deze keer. Ik heb een soort mijn eigen huisje op het terein met gevulde koelkast, bank, stroom, water en een koffiezetapparaat. Mijn tent hangt te drogen in de schuur, ik krijg wat goede oude warme kleding, we gaan er op uit met de auto, we wandelen door een beschermd vogelnatuurgebied en ik leer meer over het leven van de kiwi`s. `He Irish, wanne go catch a pig?` Je bedoelt, een wild zwijn vangen hier in de bossen en omleggen? `Yeap`, zegt Stew. Oke, sure, cool. Ik wordt in andere kleding gehesen, want mijn Vietnamese hippiebroek is hier niet geschikt voor. Ik weet niet zo goed wat me te wachten staat, maar met 4 honden en nog een andere vriend trekken we de bossen in. Mijn hart bonkt in mijn keel, we fluisteren en staan even stil als de honden, die ook stil zijn druk rondsnuffelen en door de struiken gaan. Het is erg dichtbegroeid en ik begrijp waarom ik andere kleding aan moest. Alsof we zelf de speurhonden zijn kruipen we door de takken en langs de bomen. Ik haal me open, maar merk het niet, omdat het zo spanennd is. Stuws enorme mes blijft onaangeroerd en we vangen niks helaas of gelukkig, want met name de honden kunnen best nog wel eens gewond raken bij zo’n jacht. En ik vraag me af hoe ik het had gevonden als het mes de keel van de het angstige zwijn had doorgesneden wat ik best had willen meemaken. Juist omdat ik het misschien wel zielig vind, maar omdat ik vlees eet vind ik ook dat ik het lef moet hebben om dat eens mee te maken. Geen eten vanavond grapt Stew, maar de tafel is met het diner weer rijkelijk gevuld en ik val dankbaar aan.

Ik tref het, ik heb geluk. Is het toeval? Good Karma? Wie goed doet goed, ontmoet of gebeuren dingen inderdaad voor een reden. Ik weet het niet, maar iemand stuurt mij steeds het juiste pad op.