Deurtje open… Een paar Australiërs met koffers, deurtje dicht. Deurtje open… De piloot met wat stuardessen, deurtje dicht. De douana houdt mijn ouders op met paspoortcontrole, drugshonden en de jacht naar illegaal geïmporteerde Hollandse appeltjes. Dat ik al 1,5 uur met zweethandjes en mijn hart in mijn keel sta te wachten en dat pap en mam al 25 uur onderweg zijn kan ze dan niet schelen. De deuren glijden nog een keer open en ik zie mijn vader bij de bagageband staan. Eindelijk een glimp en na nog eens 15 minuten kan ik ze dan echt in mijn armen sluiten. Een traantje, natuurlijk, maar na een paar minuten ook weer als vanouds alsof we elkaar gister nog zagen. We doen een biertje in Perth en halen de volgende dag de camper op om echt op pad te gaan.

In Perth logeer ik bij Rick en Claire. Rick laat me uitgebreid de stad zien. Perth is uitgestrekt, groot, maar toch heel rustig aan een enorme rivier. Het is prachtig, helderblauw weer; een typische Perthdag zegt Rick. Ik ga mee naar een Australische verjaardag en naar een Australische pub. Het is heerlijk om weer even lekker Nederlands te kletsen en ik praat de oren van zijn hoofd.

Het lijkt toch net niet echt. Vol verbazing steek ik mijn hand in het roze water. Het Pink Lake doet haar naam eer aan. Het zijn algen die dit meer zo roze maken, fascinerend en onwerkelijk. De weg vervolgen we naar Kalbarri waar we op Bluff point stoppen om walvissen te spotten. Ja bluf denken we, maar meneer walvis laat zich in de verte zien en spuit een fontein van water de lucht in. Het spectacel is nog niet over, want geheel onverwacht geven 20 dolfijnen nog een showtje in de branding weg. Ze laten zich meevoeren in de golven en springen er vervolgens weer uit. Wie we ook al zien rondspringen zijn de kangeroes en heel veel niet meer springende langs de weg. Geweldig om de eerste echte reisdag al zoveel wildlife te zien. We sluiten af met een wandeling door het Kalbarri national park waar enorme rood gekleurde rotsformaties in plakjes op elkaar gestapeld en gescheiden door rivieren voor ons opdoemen. Het is een magisch en duizelingwekkend landschap. De gravelroad brengt de grote camper, op de laatste druppels diesel, terug naar het dorpje waar we buiten de hekken van de camping slapen, omdat de campingbaas al aan de piepers zit.
De 3,5 miljard triljoen jaar ofzoiets oude stenen hoopjes staan geduldig te wachten in het zeewater. Het begin van het leven, super interessant, maar het kan me toch niet raken. Shellbeach waar een 10 meter dikke laag aan schelpen ligt fascineert mij direct. Helderwitte schelpen contrasteren prachtig tegen het blauwe water. Een paradijs voor mij als schelpen verzamelaar. Ik heb een emmer gevonden in de `schuur` van de camper. Die zal wel vol zijn na deze reis. Het wild life vandaag vinden we opnieuw in een ander bluffpoint. Mam spot eerst een haai en later zien we er nog een. Gelukkig staan we veilig hoog en droog. En precies volgens planning komt er om 2.30 nog even een adelaar langs vliegen. Het programma is weer goed geregeld voor vandaag. Heel avontuurlijk verblijven we langs de weg waar we de zon onder het genot van een drankje en nog wat springende dolfijnen uitzwaaien. De hemel is gevuld met sterren, maar we durven niet zo goed naar buiten met al het wild om ons heen en de verse sporen van weet ik wie die al langs de camper lopen.

Terwijl een heel husje mensen staan te kijken naar de dolfijnen die gevoerd worden wacht een pelikaan mij op na een bezoekje aan het toiletgebouw. Een immens groot beest zo van dichtbij. Zijn kop komt halverwege mijn bovenlijf. Ik roep gauw pap en mam die ook niet zo onder de indruk zijn van het dolfinarium aan zee. Van een afstand dolfijnen echt in het wild spotten is toch wel het meest speciaal en opwindendst. De pelikaan is wel gewend aan mensen en laat zich graag fotograferen.


Op naar het volgende mooie gebied. Het is een lange weg. Alle wegen zijn hier lang en de vlaktes waar je overheen kijkt zijn eindeloos. Saai soms om te rijden, maar toch ook indrukwekkend en het landschap veranderd van droger, naar groener en van geel zand naar diep oranje. Het is niet te vergelijken met iets anders. Pap en ik wisselen het rijden af. De camper is groot en comfortabel voor ons drieën, maar om te rijden ook log, onstabiel en een windvanger. Het weer wordt steeds beter en warmer, langzaam gaan er meer kledingstukken uit en komt er meer huid tevoorschijn. We worden blij en enthousiast, bij vakantie hoort toch ook de warme zon. Bij aankomst in Coral bay is het al bijna donker. De dagen zijn redelijk kort want de zon gaat om 18.00 uur onder. We zijn de volgende dag wat teleurgesteld als het frisjes is, bewolkt en het zelfs regent. De voorspellingen doen ons vertrekken naar het volgende gebied (Exmouth) waar ook het beloofde Ningaloo Reef en het vele marinelife moet zijn. Het weer is hier ook nog niet tropisch maar het gebied is prachtig en we vinden een camping plaats onder de bomen die vol zitten met papegaaien. Een rit langs kangoeroes en emus heeft ons hier gebracht en we winnen info in over het spotten van walvishaaien en snorkel gebieden.

Paa dam, paaa dam….paaa dam tam tam tam tam tam…. Shark!!!! Ik trek pap aan zijn flipper. De opwindingsbelletjes schieten uit mijn snorkelmasker. Pap draait zich om en staat ook oog in oog met dit gevaarlijke dier. De haai cirkelt om ons heen en besluit dan toch om weg te zwemmen. We zijn in onze nopjes na alles wat we vandaag al gezien hebben. Het rif hier is verbazingwekkend mooi. Zodra je je hoofd in het water steekt wemelt het van de vissen, je weet gewoon niet waar je kijken moet. Om nog maar te zwijgen over de witte stranden met het prachtige blauwe water waar je eerst doorheen waadt. We zien vissen met neonkleuren, felblauw groen of rood, schelpen zo groot als een emmer gevuld met goud en paarse stippen, zee komkommers, scholen met honderden doorzichtige zilveren vissen, koraal zo gekleurd als de regenboog in water zo helder als kristal. Het Ningaloo reef laat ons de wondere onderwaterwereld zien en het Cape Range national park laat ons de schatten van de natuur zien: roofvogels, emus, wilde fel gekleurde bloemen en de kangaroes springen af en aan. We prijzen ons gelukkig en we hebben vandaag ons eerste zonnekleurtje opgedaan. We zijn meer dan echt op vakantie.

We laten het Ningaloo Reef nog niet met rust, want vandaag staat walvishaaien spotten op het programma. Het zijn wilde dieren dus het is duimen dat we ze ook echt gaan zien. Paniek op de boot, iedereen moet als een gek zijn snorkel uitrusting aan en op de rand vd boot plaats nemen om op het teken het water in te springen. Dat doen we, hoofd in het water en daar komt de geweldig grote walvishaai recht op ons afzwemmen. oef, woow dat is toch wel even schrikken en dat vindt de haai ook en duikt snel het diepe in. Met een speurvliegtuig en extra boot vinden we zijn grotere broer en krijgen we nog een kans om met dit prachtige dier te zwemmen. Deze keer blijft hij rustig aan de oppervlakte zwemmen en kunnen we een heel eind met hem meezwemmen. Dit is aardig vermoeiend want rustig voor de walvis is voor ons als een idioot meeflipperen. Het is onwerkelijk om zo 3 meter naast dit enorme dier te zwemmen. Terug op de boot zwemmen de bultrug walvissen naast de boot mee en springen uit het water. Een moeder met haar kalf en nog een paar losse ooms en tantes. Al met al enorm indrukwekkend met ook nog een Dugong, een soort enorme zeekoe, als toetje voordat we de turquoise bay weer invaren.

Kilometers en kilometers asfalt ligt achter ons. We rijden de hele dag over uitgestrekte gebieden met soms wat lage afgesleten bergen, verschillende boomsoorten, felgekleurde bloemen, knaloranje zandbermen en dode koeien, kangoeroes of niet meer te identificeren andere diersoorten. Pas `s avonds rijden we het eerste dorpje van de dag weer in. We rijden nog even door en slapen langs de weg waar het pikkedonker is en een Dingo jankt als een weerwolf.

Het Karijini National Park brengt ons via een klim door een geweldige bergkloof met een bijna opgedroogde rivier langs asbesdthoudende rotsformaties en scherpe haakse hoeken en kleuren door zijn Gorges. De kloof eindigt in een groot spiegelend basin met een warme watervalmuur aan de zijkant. Wij zijn het er over eens dat moeder natuur dit weer prachtig heeft aangelegd. De klim de kloof uit is stijl en pittig, maar van bovenaf is het uitzicht op the Gorge prachtig.

 

Tanken doen we (veel en vaak) bij roadhouses. De enorme roadtrains ( soms tot wel 53 meter) verzamelen hier ook. Je kunt een druiperige burger of zompige friet krijgen, een toilet bezoeken en een litertje of 1000 diesel voor je tank natuurlijk. Onze roadtrain krijgt weer de gebruikelijke 70 liter en wij eten bammetjes in de camper of drinken koffie met een koekje. Broome ontvangt ons met een aangename 28 graden en we blijven een dagje aan het uitgestrekte strand hangen. De boulevard en ook de camping geeft een echt vakantie gevoel met palmbomen, Ibis vogels en een strak blauwe lucht. We zien de zon in de zee zakken, eten buiten en schrijven onze dagboekjes in onze korte broekies onder een heldere sterrenhemel en een felle halfvolle maan.

The Sandy Dessert is lang en uitgestrekt, maar staat toch vol met groen, struiken en bomen. Verschillende soorten en het veranderd steeds, komt weer terug of veranderd heel lang niet. Een weekje geleden waren we exited toen we een aantal enorme termietheuvels zagen. Inmiddels hebben we er duizenden gezien en ontdekken we ook hierin verschillende volkeren en verschillende bouwstijlen. Ook zie je dat de keuze in grondstof voor hun eigenaardige bouwwerken afhankelijk is van wat het land en dan vooral de kleur te bieden heeft. Er lopen veel koeien, stieren en paarden in de hitte rond en we zien langs de weg dat er ook regelmatig nog eens een bezwijkt. In de morgen zitten de adelaars en kraaien te snoepen van de vers aangereden kangoeroes. Gelukkig zien we ze ook nog regelmatig rondhipsen en dat blijft toch bijzonder. In dit gebied komt ook de Baobab boom veel voor. Een boom met een dikke stam met gelijk daar aan de takken. Een bijzonder sterk figuur die bestand is tegen hitte, zelfs brand, en droogte. Een exemplaar van meer dan 4 meter dik en zo’n duizend jaar oud werd hier aan de noordkust zelfs als gevangenis gebruikt. Tussen de enorme vlaktes door doemt af en toe een platte berg op. Australië is het platste, droogste en oudste continent en dat bewijs wordt ons al kilometers lang geleverd. De koele winterdagen van Australië beginnen nu op te lopen naar 34 graden. Hier in het Noorden wonen veel meer Aboriginals en we lezen onderweg over de vreselijke dingen die de Europeanen bij het binnendringen van het land 200 jaar geleden hebben gedaan. Langzaam krijgt dit volk weer wat land en rechten terug, maar een 50.000 jaar durende geschiedenis is wel drastisch en op brute wijze veranderd.

De wegen worden schaars en bestaan vooral uit gravelroads wat onze reisopties met de camper wat beperkt. Eigenlijk iedereen rijdt hier met een 4wd en dat is geen overbodige luxe, maar we komen verder en belanden in the Geikie Gorge. Een boottripje door de rivier blijkt een onverwachts succes. De rotsen zijn prachtige gatenkazen met verschillende kleuren en vol met vogelnesten. Dat de rivier in het regenseizoen wel 10 meter stijgt en 25 km breed wordt is indrukwekkend en de sporen daarvan zijn nog duidelijk te zien. Het is warm en het water ziet er heerlijk verfrissend uit, tijd voor een duik of toch maar niet? Want wie liggen daar langs de kant te zonnen? Meneer en mevrouw Krokodil. We zijn verast en in onze nopjes, maar nemen alleen foto’s en maar geen duik meer. De Ozzies op de boot zijn het wel gewend, maar worden enthousiast van ons enthousiasme en zoeken driftig mee naar meer gevaar. In een uurtje tijd hebben we er zo 10 gespot, in het wild, we high fiven met elkaar, yes weer een vinkje op de lijst. Tegen zonsondergang komen we op een prachtige rustplaats langs de weg, bovenop een heuvel met een 360 graden uitzicht de valleien, bergen en vlaktes in. Australië is een kampeer vriendelijk land met deze gratis plekken met vaak nog een toilet, zitje en een barbecue natuurlijk, want daar zijn ze gek op. Onderweg zwaaien we naar elke tegenligger, want ook die worden steeds schaarser. We parkeren de camper, pakken een stoeltje en een drankje en savonds maakt mam steeds een lekker maaltje. Het reizen is heerlijk en makkelijk en gezellig zo. We liggen vroeg op bed, want de zon gaat al om 17.00 onder, maar staan met het krieken vd dag ook om 6 uur weer op. We wisselen de outback campings af met gewone campings met meer faciliteiten. We vinden er een aan een mooi meer. Het water ziet er aanlokkelijk uit, maar zwemmen wordt afgeraden vanwege de zoetwater krokodillen, die in principe niet veel doen, maar je weet het nooit als er 1 trek krijgt of zich bedreigt voelt.

De uitkijk over het grootste stuwmeer van Australië, Lake Argyle, is prachtig. Nu helpt de constant blauwe lucht en de aangename 33 graden ook mee. Als bonus gooit de ranger de sluizen nog even open om wat extra stroom voor The Kimberley op te wekken. Langs de rivier spotten we een croccie van verre. Onverwachts komen we via een stukje gravelroad op een prachtig idilische overnachtingsplaats. We spotten bijzonder gekleurde vogels en zitten aan een water met een doorkijkje tussen rotsen door naar gebergte. We drinken een drankje rond ons eigen gestookte indianenvuur en vertellen spannende verhalen. We koken zoveel mogelijk groenten op, omdat er geen groenten en fruit meegenomen mag worden het Nothern Territorium in. Vlak voor de grens gooien we de laatste aardappels en uien weg, zonde maar het is niet anders. Je kunt flinke boetes krijgen dus we nemen maar geen risico. We kennen inmiddels alle 3 de strenge regels van Australie. Bij de grens gebeurd er niks en worden we middels een bord verwelkomt in The Northern Theritory Outback. Bij de eerste shop om onze voorraad weer aan te vullen horen we dat je wel spullen mee mag nemen, maar er mogen geen spullen van het NT naar West Australie. Allright, no worries, we zijn in ieder geval weer lekker opgeruimd en we wisten toch al niet zo wat we met 2 kilo aardappels in de tropen moesten.
Het landschap is anders dan verwacht groen en mooi en helemaal niet zo woestijn achtig als we eerder hebben gehad. Veel bomen, verschillende struiken, gras, bochtige wegen ( ja een bocht in de weg ga je echt waarderen na duizenden kilometers rechte weg) bergen, grote losse keien en vergezichten. Langzaam wennen we ook aan de warmere temperaturen. De route vandaag eindigt in het Nitmiluk National Park. Een mooie wandeling naar de top kijkt uit over de rivier en op de camping wemelt het van de walibies. Via een pittig klimmetje naar de Edith falls komen we bij een natuurlijk subtropisch zwemparadijs uit. We nemen een duik in het verkoelende water. Geen krokodillen, maar achter mij zie ik ineens een soort enorme slang met poten van een meter lang. Ongevaarlijk, denk ik, maar ik ga er toch maar vast weer uit. Pap en mam zijn ook klaar met zwemmen.

Kakadu! Het is een heerlijk woord om te roepen (probeer maar) en het moet naast het grootste ook het mooiste National Park van Oz zijn. We hebben uitgekeken naar onze bootrip op de yellow waters. Daar waar de zoutwaterkrokdillen of zoals the ozzies ze noemen, the salties zitten. Veel groter en gevaarlijker dan the freshies die we eerder gezien hebben. Vol spanning en verwachting nemen we plaats in de boot. Nog even de veiligheidsvoorschriften: armen en benen binnenboord houden en bij zinken van het schip vooral niet de boot verlaten. Al na de eerste bocht ligt er een enorm exemplaar in het zonnetje op ons te wachten. Deze dino van 2,5 meter is een kleine volgens de enthousiast vertellende gids. Via een aantal bijzondere vogels die ook van flink formaat zijn komen we bij haar broer van 3,5 meter. De gids parkeert de boot recht voor zijn neus en we kunnen de stekels, tanden, ogen en enorme staart heel goed bekijken. De volgende krokodil heeft zijn bek half open wat hem bijna van plastic maakt, maar hij beweegt als we dichtbij zijn. Bijzonder en bijzonder mooi om ze zo dichtbij maar toch in het wild te zien. Na wel 8 krokdillen zetten we weer veilig voet aan wal. We hadden gehoopt dat we een krokodil zouden zien, maar dit hadden we nooit verwacht. Daarnaast zien we nog een Jabiro, zee arend, fluitende eenden, vogeltjes die op water lopen en zilverreigers. We zijn weer vol van gebeurtenissen en hebben weer genoeg te verwerken vannacht.

Het kakadupark is de voortuin van the Aboriginals. Er is veel te leren over dit volk dat meer dan 50.000 jaar geleden hier al woonden. We bezoeken daarom hun vroegere leefgebied in het park. Enorme mooie rotspartijen die ze gebruikte als schuilplaats of huis. Vanuit religieuze gedachten of gewoon voor de sier zijn er rotstekeningen van duizenden jaren oud op terug gevonden en nog steeds duidelijk te zien. Een dans, een jacht op kangoeroes of een man die vrouwen op at, hè gezellig. Tóch is het een mooi stukje cultuur, midden in de natuur. We klimmen nog eens naar een lookout en kletsen wat met een Eindhovense die al vanaf haar 5e in Australië woont. Ze heeft dus nooit Nederlands leren lezen en schrijven, maar ze kan het nog best goed spreken en oefent graag even op ons.

Nog met de opwinding van het Kakadupark in onze benen nemen we alweer plaats in de volgende boot bij de Mary River Billabong, net even 50 km buiten het Kakadu park. Hier zitten salties van nog een slagje groter en om zeker te zijn dat we het niet gedroomd hebben willen we ze graag nog een keer ontmoeten. Langs de weg stopte we al even langs de rivier. Grote waarschuwingsborden en mijn eigen waarschuwende plotseling opstaande nekhaar geven even een fotootje van een mooi water maken toch ineens wel een ander gevoel, al zien we geen krokodil ( of giftige slang of spin) blijft het toch erg spannend. Ook met deze boottrip ligt na een aantal bochten het eerste monster alweer op ons te wachten. Wat een enorm bakbeest. Not bad, zegt de 80 jarige gids. Het beest is zo`n 4,5 meter lang en zijn lijf is enorm breed. Daar past wel een kangoeroetje in. Zijn staart heeft een dubbele rij met stekels en zijn tanden steken aan de zijkant uit zijn bek. Die tanden wisselt hij wel 50 keer in zijn leven. Hij kan een hele koe op en dan 9 maanden niet eten. Dan zijn we redelijk veilig denken wij, maar als er gemiddeld elke 25 meter een croccie leeft dan is er altijd wel 1 die honger heeft. Vlak voor de boot komt er 1 van rechts aan zwemmen. Het is een prachtig gezicht hoe de Croc zich door het water laat glijden. Hij houdt ons in de gaten. Vanwege de croccies vergeten we bijna alle bijzondere vogels om ons heen. Met name de Jabiro is erg bijzonder met zijn lange rode benen en spanwijdte van 3 meter. We nemen afscheid van de crocs en bedanken hem voor de vaart in zijn territorium en betuigen ons respect voor dit dier dat als enige succesvol uit de dinosaurus tijd is gekomen.

De camping wemelt weer van de walibies, gezellig. We drinken een paar koude biertjes en witte wijntjes, die smaken toch wel erg lekker bij 33 graden. De alcohol regels zijn wel bijzonder hier in het Nothern Territorium, maar gelukkig heeft onze verslaving er nog niet onder te lijden gehad. Zo mag je geen bier in het National Park drinken, geen alcohol afhalen voor 2 uur `s middags en je mag maar een bepaald aantal eenheden alcoholische dranken per persoon kopen. We skypen met Steven en Simone en Pap en Mam ontmoeten Shannon op facetime. Dat was nog niet eerder gelukt in het bereik loze Australië. Het is fijn hem even te zien. Zijn lieve vriendelijke gezicht maakt een vreugdedansje in mijn buik los en ik heb het na het gesprekje weer bloedheet, terwijl het net een beetje begon af te koelen.

We zijn inmiddels 6500 kilometer verder en hebben nog tijd voor een extra National Park: het Litchfield. Bekend om zijn watervallen, termietheuvels en recreatieve karakter. Toch nog erg onder de indruk van de laatste weken merken we dat we even relaxen wel heel erg lekker vinden. We liggen in het zonnetje onder de voet van de waterval die uitkomt in een verfrissend zwemwater. En zelfs zonder op zoek te zijn komt ook hier het wildlife zomaar langs sjokken: een veraan van wel een metertje lang stapt netjes om onze handdoekjes heen. Hij laat zich graag fotograferen. Tijdens een kort wandelingetje naar de top vd waterval horen we rare geluiden uit de bomen en als we omhoog kijken zien we tot onze verbazing enorme vleermuizen hangen. Hun lijf zo groot als ratten en vleugels van wel een halve meter. Bij zonsondergang komen ze allemaal de camping overvliegen. We vertoeven uiteindelijk 3 dagen in Litchfield. Nog 35 km voordat we Darwin, onze eindbestemming, bereiken. Zachtjes aan moeten we ons gaan voorbereidden op de vlucht terug naar Polsbroekerdam en Melbourne.