De reis terug naar The Mornington Peninsula, terug naar mijn Australische thuisbasis, terug naar Shannon, duurt nog zo’n 2 uur. De hobbelende bus kan mij niet in slaap krijgen, terwijl ik de nacht in het vliegtuig ook geen ook dicht heb gedaan. Te opgewonden en volverwachting, te veel zin, te veel om aan te denken, te veel prikkende tranen als ik denk aan het weerzien. De herkenningen, het strand, het groen, de wegen en de natuur voelen vertrouwd en ik voel me goed bij het terug zien van de boerderij. De hond springt blij op mij af en de geur van het huis prikkeld mijn zintuigen van herkenning. Ik moet nog even wachten tot ie thuis komt, maar dan hoor ik het bekende tractorgeluid van de Defender, open de voordeur en daar zien we elkaar weer. Het is bijna raar. Het is 6 weken geleden dat we elkaar zagen en daarvoor 3 maanden elke dag. We zijn even stil, kijken in elkaars ogen opzoek naar de herkenning en de reactie van de ander, zoveel wat ik denk in een paar seconde. Beide een beetje perplex en ondersteboven laten we de woorden voor wat het is en geven ons over aan de taal van de liefde.

Het is weer tijd voor verhalen, tijd voor kletsen, tijd voor zingen, tijd voor slap ouwehoeren en tijd voor missies, want dat hebben we gemist. Samen op pad in de Defender, langs the coffee shop (voor koffie), naar het strand, een wandeling in het park, nog een wandeling langs de rivier, mooie vogels spotten, schelpen zoeken en knuffelen op het bankje. Ik besef me nu pas hoeveel ik mijn Pirate pas echt gemist heb en hoe blij ik ben weer samen te zijn. En gelukkig, gelukkig hebben we de tijd om nog een volle maan samen te zijn want meer werk ver weg voor hem is even uitgesteld.

Ook ik moet weer aan het werk, maar als je een maand weg bent in the hospitality zonder contract dan is het opgestaan, plaats vergaan. The Beach Cafe heeft het rooster rond tot september en The Gods Kitchen heeft een aantal nieuwe mensen aangenomen. Ik duik de bibliotheek in voor wat internet research voor nieuwe baantjes. Ondertussen vermaak ik mezelf met appeltaart bakken (op verzoek), maak ik een flinke slag in mijn boek The Bronzen Horseman, surf ik op internet en lees ik interesante artikelen of ga zelf op kleine missies naar het strand. Ik verveel me niet, maar wil ook graag weer wat geld verdienen. Ik vind een advertentie voor housekeeping in The Royal Hotel in Mornington. Naast de bibliotheek, zo’n 10 kilometer van huis. Ik loop naar binnen om te informeren naar de advertentie en mijn CV af te geven. Nee, daar is geen huishouden op terug te vinden, maar ik heb wel commerciele skills die ik kan gebruiken bij het dweilen van de vloeren natuurlijk. Aangenomen! Ik start de volgende dag. Het hotel is groot en luxe met een gigantische keuken, restaurant, een vergaderzaal, tapperij, zijvleugel en 9 kamers boven voor overnachtenden gasten. Aan mij de taak om alle vloeren te stofzuigen, dweilen, wc schoon te maken en bovenal de kamers spik en span te maken. De bedden moeten loeistrak opgemaakt en gestreken worden, alles afgestoft, minibar hervullen, badkamer voorzien van zeepjes, handdoeken wassen, badjassen gezellig ophangen en alles afspeuren op spinnen, haren en stof. Niets mag vergeten worden. De eerste dag wordt alles uitgelegd, de 2e dag mag ik zelf aan de slag. Ik ben helemaal gesloopt aan het einde van de dag. Het is hard werk en ik loop me een ongeluk door het grote hotel, omdat ik steeds wel iets vergeet wat ook nog op de kamer moet. Het bed opmaken kost me een uur, steeds schiet er ergens wel weer een rimpel in, bovendien heb ik nooit eerder in mijn leven een bed met losse lakens opgemaakt en het gebruik van een strijkbout heb ik altijd gemeden. Ik doe 2 uur langer over het werk dan wat normaal zou zijn, maar de eigenaren zijn uiterterst geduldig en vriendelijk, bovendien zijn ze erg tevreden over het werk dat ik geleverd heb. Inmiddels na een aantal weken ben ik het gewend en trek ik die bedden zo in hun hoekjes. Het is best leuk om een kamer helemaal mooi te maken en ondertussen kunnen mijn hersens er op los fantaseren. Ik schrijf in gedachten mijn blog, bedenk wat ik wil eten, fantaseer over verdere reizen en ik bedenk wat ik eigenlijk in godsnaam aan het doen ben: bedden opmaken aan de andere kant van de wereld, wat een avontuur! In het weekend verruil ik de pleeborstel voor een dienblad en werk ik in het restaurant van het hotel. Er is veel regen in Melbourne dus ik ga vaak met de auto, maar op de fiets is het een mooie route. Het hotel kijkt uit overzee dus de weg er naartoe is ook langs de zee. Bovendien heb ik de laatste maanden wat lovehandles gekweekt met de vele cappuchinnos en biertjes dus wat beweging kan geen kwaad. Met een muziekje op geeft de geur van de oceaan en het helderblauwe water me een enorme energieboost. Regelmatig kan ik het niet laten om een klein kreetje te slaken bij het zien van de zee. De omgeving en de prachtige uitzichten, rijk gekleurde zonsondergangen en goudgele stranden geven mij keer op keer gelukskriebels.

Omdat het hotel erg goed loopt ben ik inmiddels ook keukenhulp. Mijn eerste keukenwerkje is de inktvis in ringen snijden. Allrightie. De zak met inktvissen drijft in het water, ze zijn zo te zien net gevangen en nog helemaal intakt. Eerst moet ik hem onthoofden, dan snij ik zijn tentakels van zijn hoofd, die gaan in de kom, de rest gaat in de kliko. Vervolgens ontvleugel ik hem en snij ik zijn lijf in ringen. Lekker eerste klusje. Daarna mag ik de Arenchinibolls maken….de what? Arenchiniballen? Ohww, die ken ik wel: bitterballen! Deze zijn met een rijstmengsel erin, aan mij de taak om ze door het water met bloem en de broodkruimels te halen. De chef is erg enthousiast en gepassioneerd in zijn werk. Nog voordat ik begin zegt hij met indringende ogen: make sure Iris, that you make them absoluty pefect en beautiful. Natuurlijk, voer de druk nog even op. Met gespannen vingers en een mond die mee beweegt met met mijn handen doe ik mijn uiterste best. Getver die bloemmix plakt en zit overal en de kruimels plakken overal, maar niet waar het moet. Na zo’ n 2 uur ballen draaien ben ik toch tevreden met het resultaat en de chef gelukkig ook, ik mag blijven. Omdat ik bijna elke dag in het hotel ben en op veel vlakken meedraai voel ik me al snel onderdeel van de vaste kern. De mensen die er werken zijn erg aardig en iedereen doet ontzettend zijn best, de werksfeer is erg goed. Er wordt gelachen en gekletst, maar het gas gaat er keihard op als het druk is. Ik leer weer veel Engelse termen en ik leer hospitality op veel verschillende vlakken kennen, het is een mooie wereld met gepassioneerde, hardwerkende, sociale, gezellige mensen.

Het weer wordt langzaam aan ook beter en er zijn een paar mooie zonnige dagen. We voetballen met the kids in het park en braden worstjes op de gaskoker. Op een heldere avond steken we de stapel met verzameld oud hout aan, de buurkinderen en vriendkinderen worden uitgenodigd, het vuur is enorm en met lange takken worden de marshmallows gebakken. Het huis versier ik met mijn schelpen verzameling en ik maak armbandjes met de jongens. Ze kunnen geen genoeg krijgen van de pannenkoeken die ik voor ze maak en ik leer ze Nederlandse woorden die ze vervolgens op school aan hun vriendjes vertellen. Het blijft een intersant en vreemd gegeven dat ik van een ander land ben. Want schrijf ik dan ook in Nederlands? En hoe ziet dat er dan uit? Ik vertel ze dat wij een toiletseat een toilet glasses noemen en een turtle een schield toad. Een mirroregg is inmiddels bekend en zo noemen we de zonnige eieren nu ook. Kabouter is het leukste woord ever en een butterham slaat natuurlijk nergens op.

Dan is het moment weer daar. Shannon gaat weg voor werk voor 3 weken. Het werd tijd, we zaten erop te wachten, maar nu het zover is sta ik niet echt te juichen. Deze laatste dagen voel ik het afscheid al boven ons hangen. Een knuffel duurt net even wat langer dan normaal en met een paar wijntjes op willen we ineens dingen zeggen, onzekerheden weg nemen of nog even benadrukken dat we elkaar zo leuk vinden. De tijd vullen we samen, zoals we dat altijd doen, maar het lijkt wel intenser. En hoewel het zou moeten gaan wennen, afscheid nemen, lijkt het juist zwaarder te worden. Zwaarder omdat de gevoelens voor elkaar nog steeds lijken te groeien. Het besef begint te komen dat, terwijl we dat altijd voor de grap zeggen, niet alleen maar friends met benefits zijn, maar dat er naast gekke, blije verliefdheid ook een houden van begint te ontstaan. Daar staan we niet te lang bij stil, want we kunnen niet in de toekomst kijken en die is momenteel erg onzeker. Dat is ook goed, want dat houdt alle opties open en mogelijkheden blijven oneindig.