De douane kijkt me aan of ik een grapje maak. Kijkt eens naar zijn buurman douaan en schudt met zijn hoofd. Dus jij wilt een visa voor 60 dagen? Nou ja eigenlijk maar 52, maar ja graag.Te ingewikkeld, ga maar in de andere rij staan. Nee ook te ingewikkeld, nog maar weer een andere rij in. De luchthaven stroomt langzaam leeg, maar een bergje dollars lichter en met een visa kom ik bij de bagageband aan waar mijn tas de achtbaan al even voor zichzelf heeft. Buiten staan wel 100 taxichauffeurs mij op te wachten en 1 heeft ‘ Iris van den Berg’ op een papiertje staan, hé das toevallig, dus ik schud de hand van de vriendelijke kleine indonesier en stap in de taxi. Hij brengt me naar Kuta, het meest ja Kuta oord van Bali, maar een goed punt om mijn trip te starten.

De kramp schiet in mijn kaken van mijn glimlachende ‘no thank you’, terwijl ik door de straten van indonesië wandel. Het is bijna gek hoe de herkenning van de Aziatische geur, chaos, mensen, leven op straat en verkeer weer zo vertrouwd aanvoelt. Ik geniet van de altijd versierde straten, van de wierrook rituelen met felgekleurde bloemen en van de fantasierijke en aangeklede gebouwen. Azië, het is heerlijk en ik voel dat er weer smeuïge verhalen en grappige of vreemde situaties gaan komen. Ik kan niet wachten. Ik wordt ondervraagd, waar kom je vandaan, heb je een vriend, waar ga je heen, manicurie, looky looky in mijn winkel, motobike I bring you home, shopping shopping en special price for you. Natuurlijk proberen ze mij van alles te verkopen maar het gaat op een heel relaxde vriendelijke manier ( even het vrouwtje dat mijn arm in de houtgreep heeft en er met alle geweld een armbandje om wilt binden buiten gelaten). Ik koop te dure slippers en 2 van die heerlijke fleurige flodderbroeken. Ik ben nog niet zo in de ‘bacpackers zo goedkoop mogelijk modus’ en bedenk dat ik met mijn dollars waarschijnlijk de hele dagomzet heb verzorgd en dat voelt goed. Bovendien is het voor hun nog veel vervelender om de hele dag te moeten leuren om iets te verkopen dan dat het voor mij vervelend is om nee bedankt te zeggen. Voor mij staat er niks op het spel, voor hun is het een kwestie of ze ‘ s avonds hun gezin fatsoenlijk te eten kunnen geven.
Het plenst dat het regent en ik laat me compleet doorweken, heerlijk, want ik moet nog wel wennen aan het klamme klimaat. Er rent een kakkerlak over mijn voeten, een rat loopt er overheen en boven mijn hoofd springt een eekhoorn van het muurtje naar de boom. Één van mijn Australische vrienden heeft mij in contact gebracht met Teddy de Balinees en achterop zijn scooter scheuren we door de straten. Ook dit is weer een vrijheid van herkenning. Het gekrioel van mensen is wonderlijk en het is tof om met een loco op pad te zijn. We drinken een biertje en natuurlijk heeft hij  vriendjes waarbij ik een tourtje naar Gili Air boek. Het is zoeken tussen de Ozzie hamburgers, KFC’s en Mc Donalds naar een Indonesische rijsttafel, maar ik vind er 1. De obers komen ieder een praatje maken en zijn grappig. Oh van Nederland, goeimoge, goeidag, ik hou van jou. Ik ook van u hoor lief Indonesich opaatje. Mijn spullen laat ik gerust op tafel liggen als ik naar de wc ga en steeds wordt er gevraagd of het goed met mij gaat.

De terugkomst bij mijn kamer is iets minder fraai. Mijn arm zit wederom in een houtgreep, maar dit keer van een andere hotel bezoeker en zijn vriend die persee willen dat ik wat met ze kom drinken. Nee bedankt. Mijn vriend hier wil wel met jou op reis. Ja leuk, maar nee. Je bent toch van Nederland? Iedereen van daar drinkt bier en rookt wiet. Tja, je treft het niet, ik ben vreselijk saai, drink geen alcohol en heb nog nooit wiet gerookt. De interesse blijft en ik blijf vriendelijk wat meestal het beste werkt maar in dit geval misschien juist aanmoedigt om door te zeuren. Mijn kamerdeur grenst aan het binnenplaatsje waar ze zitten en ik werk mezelf naar binnen en hou de Balinees net buiten. De kamerdeur gaat niet op slot, maar met een touwtje bind ik de openslaande deuren dicht.

Nee, nee, ga maar daar zitten in het busje, you have long leg. Where your from?  ‘Van Nederland’ zeg ik in het Nederlands en dat wordt enthousiast ontvangen. Toch lijkt me de geschiedenis van wat the Dutchies hier hebben gedaan niet zo heel florissant en in een way ook wel. Ik koop een boek en besluit er meer over te lezen. Het stopcontact is hetzelfde als in Nederland, dat is in de rest van Azië niet zo, maar ze rijden hier weer wel links. Ik ben benieuwd hoeveel en op welke vlakken de VOC invloed heeft gehad en waarbij dit allemaal terug te zien is.

Terwijl hij uitlegt dat het water niet werkt gaat hij in de hangmat van mijn bungalow liggen. Ik zweet me het apen zuur en wil zo snel mogelijk het water in. Het 2 uur durende boottritje van Bali naar gili was sardientjes in een blik dus elke porie van mijn lichaam spuit het vocht naar buiten. De kamer jongen vind het wel gezellig en begint te vertellen dat we samen naar een feestje moeten savonds en dat bij nooit wiet rookt maar dat hij dat wel vanavond zou kunnen doen met mij. Ik geef hem wat van mijn fruit en zeg geen wiet te roken, maar misschien ga ik wel mee naar het feestje. Het is goed genoeg en hij verlaat mijn in lotus bloemen gehulde bamboehutje. Ik plons het aqua blauwe water in en huur een fiets. Elke 5 minuten moet ik wel weer het water in ,maar dat is een fijne beloning.

Bounty eilanden zijn heerlijk om tot rust te komen, een blog te schrijven en denken over het leven of de toekomst, maar ze kunnen ook eenzaam voelen als je er alleen bent, mensen mist of onzeker bent over je toekomst. In een restasurantje bestel ik Gado Gado en facetime ik met Australië, dat helpt 🙂

Midden in de nacht wordt ik wakker gezongen door een monnik. Op dit autovrije en stille eiland had ik hier geen rekening mee gehouden. Het hele eiland mag meegenieten want het gejengel gaat door een schelle microfoon. De ceromonie duurt van 4 tot 5 en als het klaar is begint het licht te worden.
’s Morgens is er geen stroom op het eiland. Ik ‘wacht’ in de zon aan het strand tot mijn boot vertrekt naar Gili Terawang, waar ik de Ier Ryan ontmoet voor St Patricksday. Ierse volkloren en vooral veel bier. Ik heb wat moeite om mijn homestay terug te vinden in het donker, maar de locals helpen mij de goede kant op. Hetzelfde als ze mij aan deze homestay hielpen, weg van de drukte en luxe aan het strand in de achtertuin van tante Sijang.

Met een flinke portie rijst en groenten, koffie en een sappie probeer ik mijn kater weg te werken en maak ik mij klaar voor mijn eerste scubaduik. Na wat herhaal oefeningen gaan we de zee in en daar wordt ik over welmd door het leven in het blauwe water.. Niet 2, niet 3, maar wel 5 enorme schildpadden. Sommige liggen lekker te maffen en andere zwemmen boven mijn hoofd langs. Verder enorm veel andere bijzondere vissen, koraal en schelpdieren. Ik kan nog steeds niet geloven wat ik heb gezien. Morgen weer duiken en weet je wat, overmorgen weer.

Indonesie heeft me warm verwelkomt en beloofd nog veel meer moois en avontuur. Teramakashi (dank je wel) Indonesië.