Uit de vriezer van het airport lopen we de hete straten van Manila in. De twintig graden verschil zet gelijk alle sluizen van de poriën weer open. De eerste ontmoeting met de Filipijnen is een verkeerschaos met wegwerkzaamheden en rijen en rijen auto’s in de file. We gaan te voet op zoek naar ons hostel. Een fijne manier om even de sfeer te proeven en onze nieuwsgierige ogen overal langs te laten glijden. Grote flatgebouwen, maar ook in elkaar geplakte huisjes, mensen in pakken, mensen in vodden, luxe taxi’s of felgekleurde gepimpte trycycles (brommer met zijspan), straten met bloemen, straten met vuilnis, de MC donalds of Nasi goreng uit de pan op de hoek. We zien veel en we zien vooral lieve mensen en dat maakt een land gelijk al mooi. Na genoeg sightseeen met onze backpack nemen we voor het laatste stuk een gepimpte trycycle taxi. De vrolijke chauffeur lacht zijn drie tanden bloot en start de onderhandelingen om ons naar het hostel te brengen. €0,25 cent per persoon is het openingsbod. Serieus?! Oke, deal, daar gaan we echt niet op afdingen.
Langs een drukke straat hebben verkopers hun verse waar van vlees, vis, fruit en groenten in kleine kraampjes uitgestald. De vis ziet er heel vers uit en leeft soms ook nog als hij wordt ontdaan van zijn vinnen. De kippen zijn wel al dood en worden zorgvuldig in mootjes gehakt. We kopen twee tassen groenten en fruit en koken in het hostel ons eigen maaltje. Elke dag uit eten gaat ook vervelen, echt waar ;). Ondertussen komen we erachter dat de Filipijnen bereizen moeizaam gaat als je niet teveel wilt plannen en de dat het vooral heel lang duurt. We sturen onze plannen bij en laten zo reden over om nog eens terug te komen.

Je kunt de Jeepney nemen zegt ze. In mijn gedachte plopt het plaatje van een 4wd SUV met grote banden en glimmende velgen. Het zal wel nodig zijn over de modderige paadjes naar het kleine eiland paljaro. We nemen onze geliefde trycycle naar de Jeepney terminal, ook al zo’n woord waarbij ik gelijk groot verlichte hallen op mijn netvlies heb staan. Niet erg verbaasd dat het tegenovergestelde waar is komen we aan op een modderige inham naast de weg waar de Jeepneys klaar staan. Een man zit met zijn broek op zijn knieën op de grond, ik probeer maar even niet te bedenken wat hij aan het doen is. De Jeep is een kleurrijk gammel busje dat al helemaal volgepropt is met mensen. Wij wurmen ons met bepakking op onze hurken naar binnen. De Filipinoos vinden het wel gezellig en vragen waar we heen gaan en waar we vandaan komen. Onze regenjassen veranderen in kleine broeikassen en de pareltjes staan op onze neus. Het ritje van een half uur brengt ons naar een naastgelegen eilandje met wit strand en gezellige eettentjes.

iphone-van-maart-2015-tot-en-met-november-2016-682

Ester geeft mij het sein voor de schorpioenvis. Ze heeft er alwéér èèn te pakken, wat een marinelife spotter! We knipogen door onze duikmasker die we regelmatig moeten legen onderwater, omdat ze vol lopen van het lachen. Het is hier nog mooier dan in Borneo en wij dachten dat dat eigenlijk niet kon, maar je kunt zien dat het koraal onaangetast is en heel gezond. De hoeveelheid vis is ontelbaar en je breekt je nek over de groene schildpadden. We zweven door de stroming langs een muur van grotten en rijk versierde kastelen. De koraaltuin heeft grote boom schermen en overkappingen. Elk stukje heeft wel een eigen vorm of kleur en is uniek. Het is uniek.

Een onweersbui zo heftig dat het flitslicht zeer doet aan je ogen en het huis lijkt in te storten bij elke donderklap. Regen zijn geen druppels maar een onafgebroken stroom aan water. Met ons huisje zonder ramen liggen we praktisch buiten, maar we blijven droog. Wij vinden onweer geweldig, maar dit is toch best spannend. Zoveel herrie dat we moeten schreeuwen terwijl we in hetzelfde bed liggen en het houdt maar niet op. In de morgen zien we dat de straten rivieren zijn geworden, maar de blauwe lucht doet net alsof er niks gebeurd is vannacht. We zitten op een piepklein eilandje met natuurlijk weer mooie duiksites. Er is geen elektriciteit, maar savonds van 6 tot 10 gaat een generator aan. Een dagelijks feestje voor de bewoners waarbij de radio’s aan gaan en het dorp bij diegene naar binnen kruipt die een tv heeft. Om 10 uur valt alles uit en is het eiland in de zwarte nacht onzichtbaar geworden. Fonkelende sterren en de maan schijnt haar licht op de woeste zee. De woeste zee waar we met een klein bootje zijn overgekomen. Het vrouwtje naast ons hult zichzelf onder een rood geruit plastic tafelkleed met zonnebloemen. Die is zeker bang voor een paar spatjes water zeggen Es en ik tegen elkaar. Nog geen minuut later heeft de zee ons al te pakken en zijn we drijfnat. Lekker verfrissend en we moeten lachen om het bange vrouwtje dat dus eigenlijk heel slim was en nog lekker droog is. Wij mogen zo halfjes onder haar kleedje erbij, erg lief. De Filipinoos zijn zowieso heel lief en behulpzaam en vooral de taxidrivers hebben gelijk mijn hart te pakken met hun altijd blije gezichten en lachende ogen.

Er woed een helse brand en alle Filipinoos in de straat zijn in rep en roer. Er wordt gegild, gerend, gehuild en gebeld. Al snel komen er sirenes aan en de dikke rookwolken zijn het bewijs van een serieus probleem. We voelen ons in de weg staan en willen niet de ramp toerist uithangen. Onderweg vragen bezorgde Filipinoos of wij niet onze spullen uit het hostel moeten halen, maar wij zitten op 10 minuten lopen van de brand dus dat zit goed. Zo lief dat ze weer meer bezorgd om ons zijn, het is maar een tas met kleding, zij zijn hun hele huis kwijt. Via de boot en de bus zijn we in dit plaatsje op het vaste (ei) land van Cebu gekomen, waar we nog een paar dagen plannen om nou ja, te duiken misschien? We duiken met miljoenen sardientjes en zien al het andere wat we zo graag zien onder water. Voor wie denkt dat we alleen maar duiken,dit klopt, we hebben nu 27 duiken samen gedaan 🙂 Maar natuurlijk zijn de Filipijnen boven water ook heel interessant en dat merken we als we met een groepje fransen gaan canyoningen. We kunnen zien waar de Efteling haar inspiratie vandaan haalt als we door het blauwe rivierwater drijven en naar boven kijken. Ook het elfenland in The Lord of The Rings zien we en als we door de modder hiken voelen we ons in Jurrasic Park. De overweldigende mooie natuur en het helder frisse blauwe water moedigd ons aan om van hoge rotsen met watervallen te springen. Langzaam worden we klaar gestoomd voor de 20 meter jump die we na 3,5 uur hiken, zwemmen en springen bereiken. Niet kijken, gewoon doen. Ester moedigt zichzelf nog even aan voordat ze springt en dan gaat ze gewoon, ik mijn mag erachteraan. We zijn in extase van de adrenaline en Super trots. Als beloning staat er een lunch klaar, vleesstokken met rijst. We vragen om iets anders en krijgen rijst met een ei en banaan, heel prima. De Fransman is verbaasd dat we vegetariër zijn maar wél bier drinken. Natuurlijk meneer Fransman, we zullen je is even vegetarisch onder tafel zuipen.

We hebben nog een weekje over om bij te bruinen, nog meer te duiken, te spelen in de natuur, te genieten van het land, de mensen, de gezelligheid en elkaar.