Fietsend, maar meestal lopend, in de bloedhitte, midden op de dag, geen zuchtje wind en al 3 uur bergop. Onze gezichtjes zijn rood aangelopen, onze kleding doorweekt van het zweet en onze mondhoeken zijn al even naar beneden gekeerd. Leuk, zeiden wij, we gaan eens iets anders doen, we gaan mountainbiken. Het idee om naar een natuurlijke waterbron te fietsen en daar als beloning voor de tocht verkoeling te vinden was op zich heel goed . Alleen hielden wij geen rekening met dubieuze bewegwijzering, Filippino’s die je de verkeerde kant opsturen en de genadeloze hitte die je verschroeit en bedwelmt. Achter elke bocht, ligt weer een nieuwe heuvel en achter elke heuvel ligt weer een nieuwe bocht. We moeten opgeven, ons water raakt op en we hebben ook al even geen mensen meer gezien. Een beetje sip keren we om, dat ook gelijk ons gezicht weer omkeert, want berg af met uitzicht op een enorm meer, palmbomen, bossen, groen en met de weg voor ons alleen, is het toch wel heel mooi dat we hier zijn. Wat meer terug in de bewoonde wereld vinden we een klein hutje waar ze gelukkig water verkopen. De vrouw des huizes spreekt goed Engels en wil dit graag even op ons oefenen. Ze vraagt zich af wat wij in hemels naam hier op de fiets doen, omdat we voor waterbronnen helemaal verkeerd zitten. Ja, dat was ons inmiddels ook wel duidelijk. We rollen (voorzichtig, met al het losliggend zand en grind) terug naar beneden, naar ons dorpje Moalboal, waar we onze laatste week op de Filippijnen verblijven.

Bij de duikschool zijn we inmiddels meubilair, zowel in de boot, als in de bar aan de kant. Moalboal is klein, vriendelijk, overzichtelijk en het ligt aan een strand met een zee vol schatten. We proberen langzaam afscheid te nemen van de wondere waterwereld, maar het blijft moeilijk en we boeken nog een paar duiken. De manager, een Engelse Amerikaan met Cubaanse vrouw die in de Filippijnen woont, vind ons lief en geeft ons nog wat duikjes voor een schijntje. De laatste dag, omdat we niet meer mogen duiken vanwege het vliegen, gaan we toch nog weer de zee in om te snorkelen. We halen tegelijk vuilnis op en dat wordt beloond door de dieren die ons nog even uit komen zwaaien. Dag mevrouw Turtle, dag Nemo, dag meneer Octopus, tot volgend jaar misschien.

Op straat worden we herkend door de locals. We hebben een vaste taxichauffeur die ons tegelijk achter op zijn motor meeneemt naar waar we dan ook heen willen, want zo werkt dat met taxi’s 🙂 Hij brengt ons naar het beroemde en veelbelovende ‘White Beach’. Het strand ligt vol vuilnis en is dus helemaal niet zo white, maar dat zijn wij eind van de dag zelf ook niet meer, waardoor we toch ons doel bereikt hebben. John, onze taxiboy staat alweer te wachten en brengt ons nog even naar de supermarkt en ik laat me haar knippen door een ladyboy voor een eurootje. De kinderen in het dorp kennen ons ook. We hebben met ze gedanst gisteravond, maar overdag verkopen ze armbandjes. We kunnen het uitstellen tot de laatste dag, maar kunnen natuurlijk niet vertrekken zonder hen ook nog een beetje te sponsoren.

Er is nog een belangrijk persoon die we willen sponsoren. We hebben al een paar dagen met hem in de kroeg gehangen, we lopen elke dag langs zijn huis als we op weg zijn naar de duikschool en we hebben links en rechts wat informatie over hem ingewonnen. Uiteindelijk wordt het toch een gok, maar we hebben er een goed gevoel bij. Op de middag voor vertrek kloppen we zoals afgesproken om 4 uur aan. Ester houdt haar zenuwen aardig in bedwang, maar ik stik ervan. Ricardo, onze held in kwestie, moet het design van Ester nog even bijschaven, maar dan gaat ie er echt op. De afdruk van het carbonpapier staat op haar been en het echte werk kan beginnen. Nog wat probleempjes met adaptors en stroom, maar de naalden komen keurig uit het plastic en alles ziet er hygiënisch uit. Gister kregen we, van een man uiteraard, te horen dat het laten zetten van een tatoeage enorm pijnlijk is. Met dit in ons achterhoofd start Ricardo het machientje en begint met zijn werk. O ja, zegt Ester, het voelt inderdaad niet zo heel lekker, maar het went wel, het gaat wel, het valt best mee. Nieuwsgierig kijk ik mee hoe het gaat en zie ik dat Ricardo een echte kunstenaar is. Na 2 uur staat hij erop. We eten samen bij de locals en dan ben ik aan de beurt. Ricardo neemt zijn tijd om het eerst te tekenen, want ook ik heb iets bedacht dat niet uit een boekje komt. Om half 12 lopen we allebei met een noemenswaardige tatoeage, en een stuk folie om ons been naar huis. Nu kunnen we alles maken, nu kunnen we alles doen, want we hebben tenslotte een tatoeage, maar wel heel weinig poen.

We kunnen gratis meerijden naar het eerste vliegveld, 3 uur verderop. De komende 36 uur hebben we 4 vluchten te gaan voordat we weer voet op eigen bodem kunnen zetten. Het is best spannend, omdat alles los geboekt is hopen we maar dat er geen vertragingen zijn en we alle vluchten kunnen halen. Als we een vlucht missen zullen we langer moeten blijven en om het verlies dan een beetje uit te smeren zouden we, 2 maanden, langer moeten blijven. Het leek ineens niet zo erg meer een vlucht te missen, maar in onze portemonneetjes klinkt een echo en natuurlijk kunnen we niet wachten om iedereen weer te zien. Tot Kuala Lumpur gaat het redelijk goed. Totdat we daar in een lange rij komen te staan om voor 2 uurtjes het land in te komen. Dezelfde rij en beveiliging treffen we weer bij het verlaten van het land. We redden het, ik zal niet zeggen ter nauwe nood, al zou dat voor het verhaal wel mooi zijn, maar we zijn opgelucht dat we op tijd aankomen. In India stoppen we op een prachtig vliegveld en na nog een paar films, slaap pogingen, eten, lezen en rondhangen zegt mijn schermpje eindelijk dat we over 28 minuten in Amsterdam zijn. De tranen beginnen zachtjes over mijn wangen te stromen… dit is het dan, het is voorbij. Twintig maanden van huis, zo dichtbij de mensen die ik heb gemist, maar ook zo ver weg van de mensen die ik nu moet missen. Twintig maanden van vrijheid, avontuur, zien en beleven.

Maar natuurlijk is het niet afgelopen. Misschien is het nu pas echt begonnen. Mijn hart klopt nog steeds en het is harder gaan kloppen, vurig geworden, aangewakkerd, volgepompt met nieuwe ideeën, geïnspireerd door mens en dier, door lief en leed en open gegaan door én voor nieuwe ervaringen. Waar ik 20 maanden geleden onzeker begon met mijn hart te volgen ben ik nu overtuigd dat het de enige weg is, want het klopt.

Advertenties