Weer eentje die me blijft achtervolgen. Al een paar blokken. Hij ziet er vriendelijk uit en ik ben niet erg bang. Toch ben ik op mijn hoede, want je weet nooit wat er kan gebeuren. Ik koop een broodje bij het vrouwtje op de hoek en ook een voor mijn trouwe volger. Dankbaar duwt ie zijn kop in mijn hand en snuffelt aan mijn benen. De honden hier op straat zijn erg lief en vriendelijk. Toch pas ik op, want met een krap of een beet kun je hier gemakkelijk hondsdolheid oplopen. Hij brengt me helemaal thuis naar mijn hostel, maar blijft voor de poort netjes buiten zitten terwijl ik de trap oploop. Ik denk aan hem als ik ‘s nachts wat honden gehuil gehoor. Als ik ‘s ochtends wakker wordt ligt hij op de mat voor mijn kamer deur. Dus toch naar binnen gesneakt. Het enthousiasme van honden is oneindig. Half stervend van de de honger zijn ze nog steeds trouw en blij je te zien.Ik maak meer nieuwe vrienden: reizigers, bananenvrouwtjes, rijstmeneertjes en nieuwsgierige aagjes. Ik installeer mezelf in het restaurant met mijn Spaanse huiswerkschriftje als de dochter van de kok bij mij aanschuift. Nieuwsgierig bekijkt ze mijn spullen en vraagt om een stuk papier uit mijn schrift. Na 3 krassen op het blaadje vraagt ze om meer papier. Ik vind het eigenlijk een beetje lastig dat ze naast me zit en probeer haar te ontmoedigen door niet meer te geven. Met een beteuterd gezicht zet ze haar meest smekende stemmetje op; por favoohooor, por faaavooohoooor. Ze krijgt het niet voor elkaar bij me. Ondertussen groeit de groene dikke snottebel die uit haar neus komt en ik moet er haast van kokhalzen. Kan iemand dit kind verwijderen, por faaavooohoorr? Wat ben ik toch een aansteller, maar ik kan slecht tegen snottebellen of andere gorigheid van mensen. Ik heb zelf niet zo’n probleem met een beetje viezig leven, als het moet. Een weekje niet douchen, piesen in de bosjes en sokken om de 2 a 3 dagen verversen. Andermans viezigheden trek ik echter slecht. Net als die zwerver van de week, die mijn arm pakte om een paar centen te krijgen. Ik ben gelijk naar huis gegaan om me te ontsmetten. Ik heb nog wel bedacht dat ik verpleegster wil worden, maar als je van een snottebel al onderuit gaat dan lijkt me dat niet zo’n goed idee.

Een rondje stad begin ik via mijn favoriete fruitmarkt. Een glas vers geperst sap kost hier 0,60 cent en de sapkan wordt altijd gratis leeg gemaakt, waardoor je 2 glazen hebt voor hetzelfde geld. Op het pleintje staan wel 15 vrouwtjes met hun vruchten uitgestald en allemaal proberen ze mijn aandacht te trekken. Ik ga voor de liefste ogen en probeer elke dag andere lieve ogen. De Zuid Amerikaanse vrouwen hebben allemaal dezelfde haar en klederdracht. Zwarte schoenen, meerdere rokken over elkaar tot halverwege de kuit, een kleurrijke blouse met wat franjes, lang zwart haar in 2 vlechten naar beneden en een zwart hoog bolhoedje. Ook hebben ze altijd een mooie kleurrijke doek op hun rug geknoopt met daarin een kind of andere waren. De mannen hebben geen bepaalde kledingstijl en het lijkt ook wel of de vrouwen meer de handelaren en verkopers zijn. Misschien zijn de mannen thuis wel het huis aan het poetsen.


Een mooie witte poort geeft toegang tot de begraafplaats. Het is een open, licht park, met hoge groene bomen, bloemen, witte ornamenten, wandelende mensen en vooral veel dode mensen. Het is moederdag en zondag, de perfecte dag voor een bezoekje. Ook hier zijn handels vrouwen te vinden die slim staan opgesteld met prachtige bloemen bij de ingang van het park. De begraafplaats is speciaal. Mensen worden niet begraven maar in een soort grote muur geschoven. Elk graf heeft een eigen erkertje waar bloemen, foto’s en andere herineringen in staan. De muur is kleurrijk en zo op het eerste gezicht lijken het tientallen gezellige raampjes. Een soort flatgebouw. De bovenste raampjes zijn te bereiken met een ladder die je weer kunt huren bij het laddervrouwtje. Het is echt een vredig kerkhof en ik vind het een mooie manier: niet begraven, maar bemuren. 


Iets minder vredig zijn de autoracen in de stad. Twee dagen scheuren de auto’s door de stad. De Bolivianen zijn in rep en roer over dit grootse evenement. Straten zijn afgesloten en het grote plein staat vol met race auto’s, mooie vrouwen, popcorn, mannen in race outfit en veel fotografen. De raceauto’s, die meer herrie maken dan snelheid, zijn bestickert met bekende merken als Monster en Ferrari. Ik denk dat deze merken niets afweten van dit evenement, maar stoer staat het wel natuurlijk. Voordeel van het evenement is ook dat veel straten autovrij zijn en je dus zonder kijken kunt oversteken. Met wat vrienden uit het hostel ontdek ik het nachtleven van Sucre. De dj draait enthousiast de meest slechte platen, maar met een extra biertje en elkaar is het best uit te houden.


Met dezelfde vrienden ga ik naar de hoedenfabriek. Een reis terug in de tijd. Oude machines en vele mensenhanden maken duizend hoeden per dag. Deze fabriek voorziet heel Zuid-Amerika van verschillende maten, kleuren en vormen sombrero’s. Het lopende bandwerk maakt indruk. Dezelfde handeling, honderden, duizenden keren achter elkaar. Toch zien de medewerkers er goed uit en ik zie dat ze grapjes maken onder elkaar.


Vandaag loop ik weer naar de Mirador, mijn favoriete plek. Een uitzichtpunt over de stad en de bergen. De wandeling is een steile helling omhoog. Tussen al het Spaans studeren door is dat een fijne afwisseling. Ik ben ongeduldig en vind dat ik nog weinig van het Spaans bak, maar eigenlijk heb ik al ontzettend veel geleerd. Net had ik nog een kort gesprekje met een vrouwtje. Je moet maar met een Bolivaan trouwen als je het hier zo mooi vindt zei ze, er lopen er genoeg rond die wel willen. Mijn antwoord was ‘hahaha’, maar ik begreep in ieder geval wat ze zei.

De Mirrador

Het is gezellig op straat en er staan ongelofelijk veel mooie gebouwen, kerken, catheralen, muren met hoge bogen, sierlijke overkappingen, groene parken, beelden, vogelvoederplaatsen en bankjes. Echt Spaans met alles in het wit en veel versieringen. Ik vind het elke dag weer leuk om een beetje rond te dolen. Bovendien is het weer hier perfect: zon, blauwe lucht met soms wat wolken en 20-25 graden. ’s Avonds koelt het af waardoor je lekker onder de dekens kunt duiken. Het klimaat in de bergen vind ik heerlijk. Het is alleen jammer dat ze hier geen zee hebben. Bestaat dat ergens op de wereld. Bergen aan zee? (Behalve die in Nederland;-)


De voorbereidingen voor het volgende evenement zijn alweer aan de gang. 25 mei, de dag van de onafhankelijkheid zal groots gevierd worden met muziek, concerten, markten en gezelligheid. Overal worden de bouwwerken opnieuw gewit, straten herstraat en beelden schoongeschrobt. Ik ben erg benieuwd. Het wordt mijn laatste dag in Sucre na 2,5 halve week genieten van hetzelfde bed, herkenningen, routine, Spaanse les en de lieve mensen. Mijn stilstand was vooruitgang. Tijd om nog meer van het mooie Bolivia te gaan zien.