Halverwege mijn taartje komt het oude vrouwtje aan mijn tafeltje zitten. Ik had haar al naar binnen zien schuifelen en bij verschillende mensen om geld zien bedelen, maar bij mij komt ze er gezellig bij zitten. Haar kleding bestaat uit verschillende lagen lappen en rokken die er niet erg fris uitzien. Haar haar is zwart met hier en daar wat grijs, maar haar gezicht met de ontelbare diepe rimpels verraad dat ze ouder is. Ik vraag me vervolgens af of ze echt oud is of dat het leven haar zo getekend heeft. Ik heb weinig zin om geld te geven, maar ik heb ook geen zin meer om mijn taartje op te eten. Ik schuif het naar de overkant van de tafel, maar een beetje boos of misschien beledigd slaat ze het af en dringt met haar kromme vingers met vieze lange nagels nogmaals aan op geld. Sorry, dat heb ik niet voor u. Het taartje laat ik voor haar op tafel staan en ik loop de winkel uit in de hoop dat ze het toch nog opeet.
Alhoewel Ecuador vergeleken met Nederland nog steeds erg goedkoop is, zijn de echte stuntprijzen van Bolivia en Peru wel verdwenen. Ze gebruiken hier de Amerikaanse dollar en dat brengt ook veel Amerikanen met zich mee. Ik laat de Amazone rechts liggen en de kust links en besluit om verder door het Andesgebergte in het midden naar boven te reizen. Mijn eerste stop is in de koloniale stad Cuenca. Alhoewel de Spanjaarden in het verleden nogal rigoureus te werk zijn gegaan met weinig respect voor de originele bewoners hebben ze wel prachtige steden gebouwd. De steden hebben hun eigen karakter, maar wel allemaal dezelfde indeling. In het midden een enorm vierkant plein en daaraan vast alleen maar rechte straten, waardoor er een raster met gelijke vakken ontstaat. Erg overzichtelijk en voor mij als vrouw met het bijbehorende gevoel voor richting is het eenvoudig om in elke nieuwe stad de weg te vinden. Het wordt pas ingewikkeld als je het historische centrum verlaat en de soms oneindige buitenwijken door moet, maar daar heb ik dan weer de app maps.me voor. Een app die ook offline werkt, dat maakt het reisleven nog eenvoudiger.  



Ecuador heeft de hoogste berg in de wereld zeggen ze, maar hoe zit het dan met de Mount Everest? Als je vanuit het midden van de aarde meet komt de Chimburazo berg in Ecuador hoger uit. De aarde is namelijk niet helemaal rond, maar stiekem toch een beetje plat. Het beklimmen van deze berg is een helse onderneming dus ik bezoek liever een van zijn vele kleinere broertjes. Cotopaxi betekent ‘witte nek’. Als de maan boven deze vulkaan staat is de besneeuwde witte top net de nek van de maan. De beklimming naar de voet is slechts een uur, maar wel een vermoeiend uur naar 4800 meter boven ons vertrouwde zeeniveau. Al dat geklim in de bergen gaat wel beter, maar mijn hart springt nog steeds uit mijn borstkas en mijn ademhaling hypert en hapt paniekerig om lucht. Cotopaxi is wat verlegen en verschuilt zich gedeeltelijk steeds achter een wolkendeken. Pas als we weer afgedaald zijn geeft hij zich helemaal bloot en kunnen we nog een laatste shot maken.






Dat Ecuador evenaar betekent in het Spaans had ik even gemist, maar het land ligt dus op de evenaar en een bezoekje naar het midden van de wereld is meer dan bijzonder. Het blijkt nogal lastig om op de evenaar te lopen, want de Noord en de Zuidpool trekken je allebei naar hun kant toe. Ik slaag niet voor de dronkenmans test op de lijn. Met een draagbare gootsteen en een emmer water demonstreert de gids dat het water op de evenaar recht naar beneden stroomt. Drie meter naast de lijn op het Noordelijk Halfrond kolkt het met de klok mee en 3 meter naast de lijn op het Zuidelijk Halfrond kolkt het tegen de klok in. Ik ben erg verbaasd over de wonderlijke krachten van moeder aarde en de wetenschap die met deze simpele proeven het bewijs levert. Het was mij niet opgevallen dat een drolletje van downunder, andersom downunder gaat.


Met een aanloopje en extra druk op de pedalen maak ik me klaar om het heuveltje op de fietsen. Blijkbaar is mijn gehuurde mountainbike alleen bedoelt voor naar beneden, want de derrieur breekt finaal af. Shit, nu kunnen we niet verder. Gelukkig hebben Jirka (Tsjech) en ik de 7e waterval al bereikt en waren we begonnen aan de terug reis. We gaan langs de weg staan en een aardige meneer met cowboy hoed en zwarte snor neemt ons en de fietsen mee in zijn pick-up. In het volgende dorp ga ik weer veilig te voet op zoek naar de watervallen. Mindo is wat uitgestorven dus ik moet mijn excursie zelf samen stellen. Op de terugweg van wederom een stuk of 7 indrukwekkende watervallen stop ik bij een huis dat een welkom bord aan de weg heeft staan met gratis vogelbezichtigingen. Eens kijken wat ik daar kan beleven. Ik roep een paar keer Hola om te laten weten dat er volk is. Een klein vrouwtje met zwarte haren in een knotje, een groot roze tshirt en een beige broek komt naar me toe gesneld. Ik lees op uw bord dat ik door mocht lopen en ik ben nieuwsgierig naar de vogels zeg ik tegen de mevrouw. Ze neemt me mee naar de show in haar enorme achtertuin waar het inderdaad stikt van de kolibries en andere rijk gekleurde vogels. Over de grond snuffelt een groot bruin knaagdier dat ik ook nog nooit heb gezien. Terwijl ik mijn ogen uitkijk komt het vrouwtje met 2 kopjes koffie terug en gaat gezellig naast me zitten. Ze moet straks dezelfde kant op als ik en ze vraagt om samen terug naar het dorp te lopen. Ze moet alleen nog wat sinaasappelsuit de boom halen en ik bied aan om te helpen. Ze geeft me een stok en wijst dat ik onder de boom moet gaan staan. Een beetje vragend pak ik de stok aan. Ze pakt hem weer terug en doet voor hoe ze ermee op de grond van zich afslaat. Ik begrijp dat ik de stok moet gebruiken om mezelf te beschermen tegen het een of ander, alleen weet ik niet wat. Voordat ik meer kan vragen is ze al naar het balkon geklommen om de sinaasappels uit de boom te meppen. Met het hoge gras dat kriebelt tegen mijn blote benen hoop ik maar dat de stok niet tegen slangen is bedoelt. De eerste sinaasappels vliegen rakelings langs mijn oren en ik ren driftig van de ene naar de andere. Omdat de boom op een stijle heuvel staat moet ik soms een stukje achter een snelle sinaasappel aanrennen. Modder en het hoge gras (met enge beesten) houden ze gelukkig wat tegen. Na een half uurtje zijn er genoeg sinaasappels en kan ik mijn stok ongebuikt weer terug geven aan de natuur. Als beloning krijg ik natuurlijk een paar sinaasappels en de koffie en de vogelshow worden ook omgezet in een gift. Samen lopen we in een uur terug naar het dorp en neem ik afscheid. Ze geeft me een stevige knuffel en ik beloof ooit nog eens terug te komen.





Ecuador was kort maar krachtig. Ik heb veel tijd, maar tegelijk ook weinig voor deze grote wereld, die helemaal niet zo klein is als je haar fysiek bezoekt.