1243

Eindelijk is ze terug in Nederland en iedereen vraagt nieuwsgierig,  hoe was het nu in Canada? Dan zeg ik, ‘ja leuk!’ Maar dat dekt natuurlijk niet de lading. Er valt zoveel te vertellen dat ik niet weet waar ik moet beginnen, dus ik begin maar waar ik was gebleven. Van Midden Amerika naar Canada.

Vliegen brengt altijd gevoelens met zich mee. Verdriet omdat je iets moois achterlaat en blijdschap en spanning omdat je naar iets nieuws toegaat. Mijn gedachten zitten nog vol met Spaanse lessen, Guirilla strijders, taco’s en hoge Andes bergen als ik het nieuwe gebergte waar ik voor een jaar zal gaan wonen binnen vlieg: The Rocky Mountains. Mijn hart klopt en ik ben zenuwachtig. De douane van Canada moet mij nog wel het jaarvisum verstrekken. Iets waar ik thuis maanden aan gewerkt heb om te bemachtigen, maar het daadwerkelijke papiertje geven ze pas op het vliegveld, als ze het geven. Ik moet een aantal vragen beantwoorden: wat kom je doen, waar ga je wonen, waarom wil je hier zijn enzovoort. Dat was alles en ik mag door! Met een dikke vette CANADA stempel in mijn paspoort  en een grijns van oor tot oor verlaat ik het vliegveld van Calgary. De bus brengt mij naar het dorpje Banff. Banff heb ik gekozen vanwege de ligging in een Nationaal Park, de 3 skigebieden dichtbij en er zou voldoende werkgelegenheid moeten zijn. Ik kom in het donker aan en als ik de volgende ochtend mijn hostel verlaat gewapend met een stapeltje CV’s onder mijn arm weet ik dat ik de juiste plek heb gevonden. Ik ben opslag verliefd. Ik adem frisse lucht. Overal waar ik kijk zie ik bergen, gekleurde bomen, ik zie een hert en een paar eekhoorns, ik zie Elk met hun gewei vechten in de helder blauwe rivier en ik zie het schattige dorpje. Dat klein is maar vol met gezelligheid, cafeetjes, restaurant en winkeltjes. De baan in het Café ´Evelyns Coffee World´ regel ik dezelfde dag. De eigenaresse is ook Nederlandse en dat schept een band. Voor de werknemers is er een stafhuis dus een onderkomen is ook geregeld.

Het is eind september, maar de herfst is al in volle gang en de winter staat om de hoek. De eerste sneeuwvlokken vallen al en ik realiseer dat ik in mijn koffer maar een enkele trui heb. Ik vind een tweede hands winkel en sla in. Een muts, sjaal, winterjas, sneeuwschoenen en een soort sneeuwkettingen voor om mijn schoenen. Zo tegen November aan wordt het echt te koud om nog zonder handschoenen naar buiten te gaan en als je de eerste keer -30 aan tikt weet je niet wat je overkomt. Je neushaar bevriest en langer dan 5 minuten buiten is echt niet lekker meer. Mijn diensten starten vaak om 5 uur in de morgen, omdat ik voordat het café opent de broodjes, muffins, croissantjes, scones en dergelijke vers maak en bak. Om 7 uur neem ik dan alles mee naar het café en open de zaak. Ik leer koffie maken, dat veel meer omvat dan even op de knop drukken. Je moet wegen hoeveel koffie je hebt, bepalen hoe grof je maling is, hoeveel water er door de machine stroomt en hoeveel seconden dat dan duurt. Heb je eenmaal de juiste verhoudingen te pakken, moet je het toch blijven bijstellen vanwege temperatuurwisselingen, een nieuwe zak bonen die dan toch net weer iets anders is. Het gaat om milligrammen en secondes maar het maakt het verschil in een lekker of een zuur bakje koffie. Dan krijg je nog het opkloppen van de melk en als je helemaal cool wil zijn dan giet je, met die perfect geklopte melk, een bloemetje in de koffie. Het café waar ik mag werken is razend populair. Zowel bij de lokale bevolking en bij de reizigers die door Banff komen. Het staat zelfs in de lonely planet genoemd. De dagen zijn druk en honderden koffie’s vliegen de toonbank over, vaak samen met een lekker taartje of broodje. Ik geniet van het toerist én local in dit dorp zijn.

Om het roze varkentje weer wat aan te vullen ga ik opzoek naar een een tweede baan. De eerste brengt voldoende op voor huur, levensonderhoud en eens een feestje, maar ik moet nog een skipas voor het seizoen ($2000,- mét korting) aanschaffen en ik wil weer wat sparen voor nog niet gemaakte plannen.

In Banff loopt een geweldig initiatief. Banff Food Rescue. Al het eten van de supermarkten dat op of over de datum is, maar nog prima te consumeren wordt verzameld en iedereen kan dit gratis ophalen bij een dame die haar huis hiervoor heeft opengesteld. Het is voor iedereen, het is geen voedselbank. Het is voor mensen die tegen voedselverspilling zijn, graag bijdragen aan een beter milieu en die het fijn vinden om een tas vol boodschappen voor een kleine donatie te hebben. Voor mensen zoals ik dus! Terwijl ik in de rij sta te wachten lees ik een advertentie die op de voordeur is geplakt:

Help Needed!
Partime or Fulltime $18,- p/h
We do a lot of cleaning, housekeeping, washing etc
Preferable a woman since work involves bathing and toiletting my disabled sister.
Please contact Alanna

Voordat ik vertrek met mijn tas vol boodschappen spreek ik de vrouw des huizes aan en we maken een afspraak voor een sollicitatiegesprek.

Ik wacht in het café waar we hebben afgesproken. Ze komt eraan en duwt een vrouw in een rolstoel voorruit. Dat moet haar zus, Nicole, zijn. Een beetje zenuwachtig, maar zo gewoon mogelijk begroet ik beiden. Alanna is een strenge vrouw die alleen het beste voor haar zus wilt. Begrijpelijk en ik knik steeds instemmend op alles wat ze van mij verwacht. Ik kijk af en toe naar Nicole, maar wil niet te veel naar haar ‘kijken’, maar ik wil haar ook niet negeren dus dat voelt een beetje ongemakkelijk. Het is mij duidelijk dat Nicole redelijk zwaar gehandicapt is. Ze heeft een beker in haar hand met een rietje waar ze op zit te kauwen. Ze is 46 jaar, fors in formaat, grijze korte haren en heeft een wantrouwende blik in haar ogen. ‘Don’t give her the Evil eye’, zegt Alanna tegen Nicole. Nicole kan niet praten. Ze kan wel communiceren met een aantal gebaren. Ze heeft het geestelijk vermogen van iets meer dan een baby. Lichamelijk is ze altijd in staat geweest om te lopen, maar sinds het laatste jaar zit ze in een rolstoel. Ze heeft vergroeiingen in haar voeten en heupen en dat maakt lopen erg pijnlijk. Ze kan met hulp van iemand een stap of 10 zetten . Haar ‘beperking’ is beschreven als het Angelman syndroom.

Na mijn shift in het café bel ik aan bij het huis van Alanna voor mijn eerste werkdag. De taken zijn  vooral gericht op het huishouden en later zal ik meer met Nicole gaan doen. Wel laat ze mij zien hoe ik Nicole naar de wc moet brengen. Nicole loopt voorruit en ik achteruit terwijl ze mijn armen vast houdt. Ze heeft een makkelijke broek met elastiek aan die je zo naar beneden trekt en dan een enorme pamper die ook naar beneden gaat. In principe geeft ze aan wanneer ze naar de wc moet, maar het gaat nog wel eens mis dus vandaar de luier. Ik zet haar op de wc en ze doet haar werkje. Gelukkig, alleen een plasje. ‘Don’t worry’, zegt Alanna, ‘the big business she usually leaves for me’. Ik pak een enorme dot wc papier en met mijn hoofd afgewend probeer in de juiste richting te deppen.
Alanna moet weg en ik blijf alleen achter met Nicole. Als ik ervoor zorg dat haar waterbeker gevuld is en eten geef als ze dat wilt dan moet het goed gaan. Met het gebaar van haar hand omhoog en een draaiende beweging geeft ze aan dat ze weer naar de wc moet. Ik breng haar op dezelfde manier en terwijl ze zit wacht ik op de bad rand tot het klusje geklaard is. Ze giechelt en ik hoor een plons. ‘Oh my holy fuck’, ze heeft een dikke bruine gedraaid en dat kan ik ruiken ook. Nicole staat ‘te vroeg’ op en er blijft nog een dik plakkaat tussen haar billen plakken. Ik raak in lichte paniek van de lucht die mijn neus binnendringt en de stront die ik aan de knikker heb. Ik vind paars rubberen handschoenen en vraag Nicole met haar handen op de bandrand vast te houden. Dat doet ze 2 seconden en dan komt ze weer overeind. Met zweet op mijn voorhoofd probeer ik zo snel mogelijk die vreselijke smeerpoep weg te krijgen. Ik lijk het alleen maar verder uit te spreiden en het wil gewoon niet schoon worden. Nicole kan niet lang staan en wil dit ook niet dus ik moet blijven doorwerken. Als ik denk dat het schoon genoeg is trek ik haar broek weer aan en trek de enorme drol met een halve rol wc papier door. Ik breng haar terug naar haar stoel als ik het geluid van stromend water uit de badkamer hoor komen. Ik ga terug om te kijken en de wc blijkt te overstromen. Nicole’s enorme drol heeft de wc geblokkeerd en het water stroomt nu over de rand van de pot. In nog meer paniek dan eerst probeer ik met borstel en ontstopper de drol door het gat te krijgen. Ik draai de kraan van de watertoevoer dicht en gooi wat handdoeken op de badkamer vloer waar al een laag water op staat. Het bereikt bijna het hoogpolig tapijt in de woonkamer. De drol vindt eindelijk zijn doorgang naar het riool. Ik dweil en dep alles op als Alanna binnen komt. Ik vertel haar het hele verhaal en ze moet er vreselijk om lachen. Ik schaam mij wel een beetje voor wat er is gebeurd, maar Alanna zegt geen zorgen, ik weet nu in ieder geval dat je met situaties kunt omgaan. ‘En zegt ze, het spijt me van die drol. Dat doet ze anders nooit. Zie het maar als compliment, het betekent dat ze je vertrouwt.’ Een bijzonder compliment, stank voor dank en dan echt, maar ik ben er toch wel blij mee.

In de weken die volgen leer in ontzettend veel door en van Nicole. Inmiddels is er nog een meisje aangenomen dat vooral de huishouding leuk vindt en zo ben ik sneller in de rol van verzorger terecht gekomen. Nicole en ik gaan veel pad. Ik sleep haar door heel Banff in de rolstoel. Een goede work out en ook hilarisch soms want ik zit regelmatig vast in de sneeuw. Nicole houdt van gezelligheid en mensen om haar heen. Meestal gaan we een chocomelk drinken, kijken we in alle etalages en echte favoriet is de kerstwinkel. Ook gaan we regelmatig bij de jongens kijken die ijshockey spelen. Dat vinden we allebei erg leuk 😉 Om Nicole zelf ook in actie houden probeer ik met haar te trainen. In het winkelcentrum trek ik haar uit haar rolstoel en daag haar uit om samen met mij tenminste tot de derde kerstboom te lopen. Nicole is koppig en kan ook enorm lui zijn dus het vergt best wat energie en overtuigingskracht om tot die boom te komen. Ook ga ik met haar naar het zwembad. Ze vindt het heerlijk om te zwemmen, maar om haar zover te krijgen is soms een enorm gevecht. Ze gaat dan voor het zwembadtrapje op de grond zitten en ik probeer dan 90 kilo met kracht en praat weer overeind te krijgen. Ook leuk dat er een sportschool boven het zwembad zit die mijn hele lijdensweg met Nicole kunnen volgen. Gelukkig gaat dit alles steeds beter, want Nicole weet dat ik niet op geef en dat ik haar -hoe dan ook- het water in krijg. Als ze eenmaal zwemt vindt ze het heerlijk. Ze drijft op een ‘noodle’ en kickt wat met haar benen. Ik denk dat vooral het gewichtsloze voor haar zo fijn is. Eenmaal in het water lacht ze en slaakt ze blije kreten. En dat maakt mij dan ook weer blij.
Inmiddels kan ik hele dagen met Nicole alleen draaien. Ik haal haar uit bed, geef een bad, poets haar tanden, was haar kleren en haar bed en stop haar ’s avonds weer in. Ik kook eten voor haar en meestal ook voor Alanna en haar man. Ik help ook met de ‘Foodrescue’ bij onvoldoende vrijwilligers, wat erg leuk is om te doen. Het werk met Nicole is heel erg dankbaar en ik begin echt een band met haar op te bouwen. Ik vind het grappig dat ze koppig en eigenwijs is en dat ik heb ontdekt dat ze zoveel eigenlijk wél kan. Ze is altijd blij als ik er ben en ‘the evil eye’ heeft plaatsgemaakt voor nieuwsgierigheid en zin. Ik leer door haar ook veel over mijzelf. Ik heb grenzen verlegd en doe nieuwe ervaringen op. Ik help iemand die dat nodig heeft en dat voelt goed.

Tussen mijn twee full time banen door probeer ik ook van de sneeuw te genieten. Meestal heb ik 1 dag in de week vrij om te snowboarden en dan ga ik nog 2 ochtenden in de week. Het snowboarden in Canada is echt fantastisch. Het is niet moeilijk om ´first tracks´ te maken, want elke week ligt er weer een verse meter sneeuw. De sneeuw is als champagne dat uit de hemel is komen vallen. Het is voor mij ultiem ontspannen. De beste manier om tot mezelf te komen, even nergens aan te denken. Alleen ik, mijn snowboard, de sneeuw en de prachtige bergen om mij heen. Een dag in de sneeuw voelt als een week vakantie. Ik heb een soort work-board-sleep-repeat ritme voor 6 maanden. Het is er een beetje ingeslopen en ik heb weinig tijd voor andere dingen, maar ik vind het voor nu wel even fijn.

Eind Mei sluit eindelijk het winterseizoen. Hoe leuk ik het snowboarden ook vindt, na 8 maanden kou is iedereen wel toe aan wat warmte. Bovendien is mij beloofd dat Banff er in de zomer nog veel mooier uit ziet dan in de winter (dat kán toch haast niet?). Maar als de sneeuw langzaam wegsmelt en de groene blaadjes beginnen te groeien, de bergen beginnen te kleuren, de rivieren beginnen te stromen en de wilde dieren ontwaken uit hun winterslaap, zie ik dat dit wonderland nog veel meer in petto heeft. Ik koop een paar goede schoenen en zet het doel om eind van de zomer zoveel mogelijk bergen rondom Banff beklommen te hebben. De natuur die je ontmoet tijdens zo’n beklimming en tussen de verschillende bergen is indrukwekkend mooi. De meren zijn diepblauw, soms groen, maar altijd helder en laten je verlangen naar een duik of een flinke slok ervan. Het altijd op je hoede zijn voor beren maakt het spannend. Het zomaar langs huppelen van wilde herten opwindend. Het geluid van de wind door de bomen mysterieus. Het uitzicht als je de top van de berg bereikt… adembenemend. Het ontmoeten van een eerste beer (gelukkig vanuit mijn auto, onderweg naar een hike toe) is echt emotioneel. Als zo’n grote bruine pluizenbol dan zo voor je auto langs scharrelt alsof er niets aan de hand is. Zo schattig, je zou hem haast willen knuffelen.

Ik ben er vaak alleen op uit geweest, maar veel avonturen heb ik samen gemaakt met mensen die ik heb leren kennen. Ik woon met 3 andere meiden. En omdat het eindelijk zomer is en de dagen lekker lang zijn worden er ook meer feestjes gevierd en dansjes gewaagd. Al mijn huisgenoten komen uit Australië en dat volk ligt mij goed. We hebben huisfeestjes, drinken veel drankjes, ontdekken elke bar in Banff en versieren regelmatig een andere Ozzie, Canadees of Europeaan. Banff is erg toeristisch. In de zomer komen er 5 miljoen bezoekers doorheen en het is maar een plaatsje met 8000 inwoners. Omdat het ook populair is onder The Working Holiday Visa houders (zoals ik) is er een grote groep gelijkgestemde in Banff. Dit maakt de hele gemeenschap een gezellige plek om te wonen, werken en uit te gaan. Je bent nooit alleen, want er is altijd wel iemand die een filmpje wil kijken, een biertje pakken of wil relaxen in de Hotsprings.

In Juli is het voor mij dan ook vakantietijd. Ik heb een paar maanden geleden een Dodge Grand Caravan gekocht en deze soort station wagon omgetoverd in een huis op wielen. Zonder al te veel gereedschap en timmersmankunde is het primitieve huis toch best wel aardig geworden. Mijn moeder komt mij opzoeken en samen trekken we 3 weken rond in Canada. We reizen van The Rockies naar de Westkust en weer terug. Het camperen in de vrije natuur is heerlijk en de vele nationale parken zijn prachtig. Druk is het wel en ik zou mensen die in Mei/Juni of September kunnen gaan, dat van harte aanbevelen. Uiteraard genieten wij wel van de warme dagen en maken we regelmatig een plonsje in een ijskoud meer. De Canadezen die we tegen komen zijn ontzettend beleefde en vriendelijke mensen. Behulpzaam en in voor een praatje. We zoeken de hoogtes op voor verre uitzichten en koude biertjes in leuke dorpjes om weer af te koelen. In Banff leert mama mijn vrienden kennen en ik ben blij dat ik haar de plek kan laten zien waar ik zo gek op ben.

 

Met pijn in mijn hart moet ik Canada verlaten. Mijn Visa zit erop en dit eenmalige visum kan niet verlengd worden. Ik kijk ernaar uit om mijn familie weer te zien, maar ik zal mijn nieuwe familie moeten missen. En niet alleen dat, ik ben verliefd geworden op het land. Ik geloof dat ik dat ook over Australië zei, maar Canada staat voor mij op nummer 1. De kleurrijke natuur, de bergen, de verschillende seizoenen, de sneeuw, de buitensport, de zomer met haar mogelijkheden. Canada geeft mij zoveel waar ik gelukkig van wordt.

Maar voor nu ben ik terug in het groene Nederland. Het Nederland dat juist door mijn reizen veel meer waardering krijgt. Ik zie hoe mooi en bijzonder het is. Ik ben nog altijd dankbaar voor onze voorzieningen en dat ik in dit land geboren ben. Ik ben trots op onze maffe gewoontes. Dat ik een familie en vrienden heb om naar terug te gaan, die er altijd voor mij zijn, ook al ben ik er niet altijd voor hen.

De avonturier in mij vindt nog geen rust en ik weet niet of ze ooit nog rustig wordt, maar zolang het leuke ideeën veroorzaakt vind ik dat niet erg. De sneeuw en de bergen zitten nog diep in mijn hart en deze winter ga ik die verlangens in Oostenrijk koesteren. Vanuit Canada heb ik Oostenrijkse vrienden gemaakt die daar ook zullen zijn. Dat beloofd dus gemütlich te worden. Vorige week ‘even’ op sollicitatie in Oostenrijk geweest en aangenomen. Ik ga, in lederhösen, bier en bratwurst verkopen, bovenop de berg in zo’n mooie houten Oostenrijkse hut. Je kunt er alleen met de skilift komen dus dat betekent elke dag snowboardend terug naar huis. Dat klinkt toch als mijn droombaan!

1586